Dinsdagmiddag schreef de juf in Daniël z'n heen-en-weer-schrift: 'Ik denk dat hij nog wel een extra vrije dag had gewild, hij was niet op dreef.'
Woensdag schreef ze: 'het ging wat beter, maar hij kan zich moeilijk concentreren, zelfs niet met lezen. Hij is niet zichzelf.' Thuis merken we precies hetzelfde. Daan is dwars, eigenwijs, druk en moeilijk aan het werk te krijgen.
'Pas na de belofte dat hij op de computer mocht, kreeg ik 'm aan het lezen', vertelt Kim als ze de woonkamer inloopt na de dagelijkse leespraat-sessie. 'Gelukkig had ik via het schoolbordportaal (www.schoolbordportaal.nl) een nieuw spel met letters gevonden, zodat de computertijd nuttig bestede tijd was.'
Daan komt achter haar aangehuppeld met een geel blad in z'n hand: 'kijk mama, stempel!'
'Ja, dat wilde hij ook nog wel, stempelen', legt Kim snel uit.
Samen met Daan lees ik de woorden die hij gestempeld heeft, maar halverwege is zijn aandacht weg en glijdt hij van de bank om lego-auto's van Simeon te laten rijden. Speelgoed dat hem in normale doen niet interesseert.
Ik kan het niet laten en voel z'n voorhoofd: zou hij misschien toch ziek zijn? Ik denk terug: hij eet gewoon, plast en poept gewoon, slaapt lekker. Hij klaagt niet over pijn, maar dat zegt niet zoveel: z'n pijngrens ligt heel hoog. Z'n voorhoofd is koel en ik kan niets ongewoons bedenken. Toch klinkt er in mijn hoofd een bezorgd stemmetje. Hoest hij niet teveel? Is die kleur op zijn wangen niet te rood?
Toen Daan nog heel klein was, hebben we ooit een gebroken arm niet opgemerkt. Pas toen hij z'n arm niet meer ging gebruiken en er een rare bult ontstond, sprongen we in de auto om naar de EHBO te gaan. Hij moest in het gips en we zijn er nooit achter gekomen wat er is gebeurd. Anders dan zijn broers, die elk pijntje of een ik-voel-me-niet-zo-lekker melden, blijft het bij Daniël gissen. We moeten het doen met secundaire aanwijzingen om erachter te komen hoe hij zich voelt en zelf de link leggen. Sinds die gebroken arm ben ik soms te alert.
'Ga je vanavond zwemmen Daan?' vroegen we gistermiddag.
'Ja!' riep hij enthousiast. We keken ervan op: eindelijk zonder aarzelen een 'ja', dat hadden we lang niet van hem gehoord. Hij was de hele zwemles geconcentreerd, luisterde heel goed, deed wat hem gevraagd werd en zwom zoals hij nog nooit gezwommen heeft. Stralend kwam hij weer thuis.
'Volgens mij is er niets aan de hand', schrijf ik op mijn beurt in het heen-en-weer-schrift. 'Hij is 'gewoon' druk en lastig, met veel energie. Misschien dat een extra rondje rennen op het schoolplein helpt.'