Het is nog lang geen half acht, toch wil Daniël met alle geweld Bingo spelen en heeft het spel op de ontbijttafel gezet. Als iedereen voorzien is van cereals, pannenkoeken, chocomel, appelsap of pap en ik met mijn bakje yoghurt met fruit ook ga zitten, duwt Daan de doos in mijn richting: ‘kom spelen!’
‘Oké’, geef ik toe, ‘we spelen het één keer als je beloofd dat je al je pap gaat opeten.’
Als Daan knikt, deel ik de bingokaarten uit aan Julian, Simeon, Daniël en Kim die ondertussen ook is aangeschoven. Elke kaart heeft negen woorden met een bijbehorende tekening. Ik schud de kleine kaartjes met de letters en benoem mezelf tot spelleider.
‘De eerste letter is een a’, laat ik het kaartje zien.
‘Ik’, roept Julian meteen en legt het kaartje op de appel van z’n grote kaart. Daniël kijkt beteuterd en wijst naar de appel op zijn kaart: ‘ik ook.’
‘Te laat, Daan’, lacht Julian en gaat klaar zitten voor de volgende ronde.
‘De letter e’, roep ik dan.
‘Ik!’ roept Julian meteen en wijst op de olifant voor hem (het is een Engels spel).
‘Nee, ik’ roept Daniël er achteraan en grist het kaartje met de e uit mijn handen.
Julian reageert meteen: ‘dat is niet eerlijk, ik was eerst.’
‘Ja en hij is zeven en jij bent bijna elf’, reageer ik en laat Daan de e houden.
Ook de r geef ik aan Daan, ook al roept Julian eerst en als er eindelijk een letter voor Simeon voorbij komt, mag hij ‘m hebben ook al snijdt Julian hem de pas af.
‘De letter u van umbrella’, zeg ik dan en voordat er ook maar iemand kan reageren, roept Daan: ‘ik bingo!!!!’ Hij legt de u op het tekeningetje van de paraplu en dan is zijn kaart vol. ‘Ik win’, zegt hij met een voldane grijns.
Tegenover me zit een mokkende Julian: ‘kom mam, doorgaan.’ Ik maak mijn stapel op en de x van x-ray, Julian z’n laatste lege vak, is toevallig ook het laatste kaartje.
‘Het is niet eerlijk, eigenlijk heb ik gewonnen, je geeft de kaartjes gewoon aan Siem en Daan, terwijl ik als eerste roep.’
‘Kom op Julian, laat Daan toch winnen, dit is toch geen spel voor jou’, probeert Kim hem op te vrolijken en geeft Julian een speelse duw.
Ik zie aan Julian’s gezicht dat hij het eigenlijk wel begrijpt en z’n best doet om zich over z’n verlies heen te zetten. Dat lukt, totdat Daniël voor hem gaat staan en met een big smile en wijzende vinger treiterig zingt: ‘ik win, Julian laatste, lalalalala!!’