Ik heb mrs Trossbach, Daniël z’n speciaal onderwijsjuf aan de telefoon. Voor me op tafel ligt een stapeltje papieren. Het zijn allemaal schoolwerkjes van Daan: lees- en schrijfopdrachten, getallenreeksen en simpele optel- en aftreksommen. Ik probeer me te concentreren op wat de juf allemaal zegt en blader door de stapel. Het valt niet mee. Mrs Trossbach spreekt in een voor mij moeilijk verstaanbaar accent en ook na een half jaar met haar samenwerken, begrijp ik nog niet veel van haar formele jargon.
Mrs Trossbach is een goede juf. De stapel schoolwerk voor m’n neus heeft Daan allemaal bij haar in de klas gemaakt, terwijl hij maar anderhalf uur per dag in haar klasje doorbrengt. Ze werkt hard, heeft ambitieuze doelen voor haar leerlingen en pampert ze niet.
Helaas is ze niet zo goed in de communicatie met de ouders, althans niet met mij. Vorige week had ik haar na weken geen contact, een email gestuurd met een aantal vragen. In het telefoongesprek geeft ze antwoord. Maar omdat ik haar alleen maar kan horen, ik niet kan wijzen naar Daniël z’n werk en zij geen voorbeelden kan laten zien, gaat veel van haar informatie langs me heen.
Mijn laatste vraag ging over IQ-testen. De laatste test die bij Daan gedaan is, is drie jaar oud. In die drie jaar heeft hij zoveel geleerd, dat ik me afvroeg wat die test nog waard is. Omdat uiteindelijk z’n plaatsing en de hoeveelheid hulp die hij krijgt, gebaseerd is op testresultaten, stelde ik de naïeve vraag of het niet nodig zou zijn de test opnieuw te doen.
Pas halverwege het telefoongesprek begrijp ik dat ze m’n open vraag serieus heeft opgepakt en voor morgen Daniël z’n begeleidingscommissie bij elkaar heeft geroepen om in een formele setting te praten over z’n plaatsing. Dat was natuurlijk helemaal niet mijn bedoeling; het betekent bijvoorbeeld dat ik mrs McGuire, Daniël z’n reguliere juf, uit de klas haal.
Aan de telefoon doe ik een halfslachtige poging om duidelijk te maken dat zo’n commissie-bijeenkomst voor mij niet hoeft. Dan bedenk ik me dat het wel een goede gelegenheid is om mrs Trossbach in levende lijve te spreken in een situatie die zij begrijpt. En mijn kans om vervolgvragen te stellen over hoe het nu gaat op school. Morgenochtend half elf, I’ll be there.