In een sneeuwbui reden we zaterdagmiddag het laatste stuk door de bergen naar het ski-resort. Het zag er on-Amerikaans gezellig uit: met een pleintje en leuke restaurantjes direct aan de piste. Moe van de reis, besloten we toch maar meteen schoenen en ski’s te gaan huren.
Opgetogen paste Daniël z’n schoenen en enthousiast liep hij met z’n korte skietjes in z’n armen terug naar het appartement. ‘Daniël ski, morgen!’
Na een lange nacht met veel slaap voor iedereen, zaten we zondagochtend fris aan het ontbijt.
‘Oké’, concludeerde Harro de logistieke discussie. ‘Ik ga met Daan in de shuttlebus naar de andere piste voor zijn les en jullie nemen Julian en Simeon mee voor hun les, hier aan de piste.’
‘Goed plan’, knikten Kim en ik. ‘Ik stel voor dat we dan wel allemaal hier terug komen om samen te lunchen, dat is voor Daniël het leukst’, voegde ik er aan toe. ‘Dan kook ik een eitje voor je, goed Daan?’
We ruimden op, zochten skibroeken, wanten, sjalen en mutsen bij elkaar en gingen ieder een andere kant op.
‘Vanmiddag gaan we de lange hellingen af’, wist Julian tijdens de lunch. ‘Ik leer al een beetje parallel te gaan.’
‘Ik mocht in een echte lift’, vertelde Simeon met rode wangen en stralende ogen. ‘Vanmiddag ga ik ‘de pizza’ leren.’ ‘De pizza’ is de Amerikaanse versie van met je ski’s in een punt de berg afglijden.
Net toen we onze eerste hap namen, kwamen Harro en Daniël binnen. ‘En Daan hoe was het?’ stormden we op hem af.
‘Ei? Boterham?’ reageerde Daan en trok zijn jas uit.
‘Hij vond er niet veel aan, wist Harro te melden. ‘Heel veel nee en heel veel op de grond zitten.’
Voor z’n middagles ging Kim met hem mee en alhoewel ze enthousiaster terug kwam -‘hij deed z’n best en was coöperatief’-, lag ik ‘s nachts met een knoop in mijn buik wakker. De ski-leraar had Daan ‘aangespannen’: met een soort teugels die aan z’n ski’s vast zaten hield de leraar de controle en hoefde Daniël niet meer te doen dan te staan.
Inderdaad ‘aangepast skiën’, maar niet aangepast leren skiën in mijn ogen.
Op maandag vond Daan er opnieuw niets aan. Pas dinsdagochtend toen de lessen voorbij waren en we met z’n allen naar de piste vlak voor ons appartement liepen, gingen z’n oogjes stralen.
Samen met Simeon gleed hij van de baby-helling, Julian kwam af en toe langs om te kijken en binnen een uur hadden we Daan geleerd z’n handen op z’n knieën te houden en zelfstandig te remmen door een pizza te maken.
‘De grootste fout is dat we hem afgezonderd hebben van z’n broers’, zei ik op de terugweg in de auto tegen Harro.
‘En,’ knikte Harro, ‘dat we dachten dat Daniël op een andere manier zou moeten leren skiën dan Simeon. Ze hadden prima samen in een klasje gekund.’