'Kan je helpen, please?' Daniël staat voor me met een dicht pak stiften. Hij wil kleuren en ik begrijp dat hij wil dat ik het pak open maak. Toch hou ik me van de domme: 'wat wil je? Waar moet ik mee helpen?'
Net als dat hij iedere ochtend z'n pap zonder honing krijgt, zodat hij erom moet vragen en de radio in de auto pas harder gaat als hij netjes zegt: ‘mag de muziek harder, please.’ Het in hele zinnen leren praten wordt steeds strenger.
Vorige week, tijdens de evaluatie-bijeenkomst op school, begon de logopediste er ook al over.
'Aan het begin van het jaar, waren we blij dat hij 'help me please' zei, maar dat is nu niet meer genoeg’, vertelde ze.
Mrs McGuire, de reguliere juf, haakte daar meteen op in: ‘ja, we willen graag dat hij specifieke woorden gaat gebruiken en benoemt wat hij wil.’
Ik hoefde toen alleen maar te knikken, we zaten thuis op precies dezelfde golflengte. ‘Het moeilijke is wel’, voegt de logopediste er aan toe, ‘dat het geen standaardzinnetjes meer zijn, zoals ‘help me please’, of ‘mag ik….’
Arme Daan, hij zucht ervan. ‘Mag ik help, please’, probeert hij op mijn vraag waar ik hem mee moet helpen.
‘Ja, je mag hulp, maar wat moet ik doen?’
Hij houdt het doosje stiften voor me en probeert opnieuw: ‘markers, help, please.’
‘Wat wil je met de stiften?’
Nu kijkt hij ronduit hulpeloos en doet een poging om het doosje dan maar zelf open te maken. Als dat niet lukt, kijkt hij weer naar mij: ‘markers, please, ik kleuren.’
‘Je wilt graag kleuren, heb je daar de stiften voor nodig?’
Als Daan alleen knikt, besluit ik hem te helpen: ‘moet het doosje van de stiften open of dicht?’
‘Markers doos open, please’, lacht hij dan opgelucht.
Ik maak het pakje open en geef ‘m een aai over z’n bol. Groter worden valt af en toe niet mee.