Natuurlijk hadden de jongens de twee nachten dat we weg waren, heerlijk geslapen. Niemand was ‘s nachts wakker geworden en pas om zeven uur ‘s ochtends hoorde Kim voetjes over het parket dribbelen. Om het goed te maken, haalde Daniël afgelopen nacht al z’n nachtelijke trucs uit z’n geheime doos.
Rond tien uur liet Harro Daniël gisterenavond plassen en toen had ie in z’n slaap een grote boodschap gedaan. Heel vies. Harro verschoonde z’n bed, zette Daan alsnog op de wc en viste een schone pyjama uit de kast. Zuchtend kwam Harro naar beneden en ging z’n tanden poetsen.
‘Volgens mij ben ik z’n luier vergeten, denk je dat dat nodig is, hij heeft op de wc een grote plas gedaan?’
Ik knikte slaperig: ‘je weet het nooit…’
Harro ging terug naar boven en bleef zo lang weg dat de nieuwsgierigheid wat er aan de hand was, me wakker hield.
‘In z’n bed geplast’, meldde Harro. ‘En toen ik alles opnieuw verschoond had en beneden stond, hoorde ik zoveel geluid boven dat ik nog even ben gaan kijken.’ Het bleek dat Daan alle dekens van z’n bed had gehaald en onder z’n onderlaken was gekropen. Een irritante gewoonte, die me iedere keer weer schrik aanjaagt omdat hij onder dat laken dat strak om het matras zit, niet veel lucht krijgt.
‘Ik heb ‘m ingestopt en ben bij hem gaan liggen totdat hij sliep.’
‘Hopelijk blijft hij slapen’, mompelde ik en draaide op m’n zij.
Maar dat was ijdele hoop.
Midden in de nacht stond Daan aan ons bed, een traan op z’n wang.
‘Wat is er? Doen je oren zeer?’
Daniël schudde z’n hoofd en liet zich gewillig weer naar boven tillen. Ik stopte hem extra goed in en gaf een aai over z’n wang.
‘Ga je nu weer lekker slapen?’
Daan gaf nog één snikje en sliep weer.
Om half zes werd ik wakker van gerommel boven, wat nu weer? Ik liep op m’n tenen de trap op, maar dat was niet nodig: Simeon was al wakker geworden van Daan.
Daniël had zich helemaal uitgekleed en zat naakt in z’n bed. Ik voelde z’n pyjama maar die was droog. Het is een andere irritante gewoonte uit z’n geheime doos waar we niets van begrijpen. Ik hielp Daan weer in z’n kloffie en stopte hem opnieuw in.
‘Het is nog geen ochtend, ga nog lekker even slapen, jij ook Simeon.’
Dat lekker slapen duurde nog tien minuten. Toen stonden ze samen aan ons bed: ‘we zijn wakker!’