‘Mam, ik heb geen sokken meer, kan je nieuwe kopen?’ Op blote voeten staat Julian voor me neus.
‘Hoezo?’ Ik loop naar boven en inspecteer z’n sokkenla en daarna z’n kamer. Alhoewel er onder z’n bed sokken vandaan komen, heeft hij wel gelijk. Het wordt tijd dat ik een uitstapje maak naar de GAP-kids. En als ik dan toch ga, kan ik beter meteen voor alledrie gaan. Ik scan de kledingvoorraad van Simeon en Daniël en concludeer dat vooral Daan z’n shirts alweer te klein worden.
De GAP-kids zit in een enorme mall, bij ons om de hoek. Er zijn vijf parkeergarages en toch is het altijd zoeken om een parkeerplek te vinden. Misschien wel omdat ik net als iedereen de auto zo dichtbij mogelijk probeer kwijt te raken. (Nee, op de fiets is geen optie, er zijn geen fietspaden en de wegen zijn groot en druk.)
Ik loop het winkelparadijs in en snuif de indringende geur op van de Abercombie&Fitch die overal hangt. Ik zoek in mijn eigen favoriete winkels of er nog een leuke trui in de uitverkoop te vinden is en stap dan de kinderwinkel binnen.
De meisjesafdeling is zoals altijd groot, vrolijk, roze en uitgebreid. Ik sla meteen linksaf en kijk naar blauwe, bruine, groene en kom doe ‘ns gek rode broeken en shirts. Alsof jongens niet van kleurige, mooie kleren houden.
‘Ik heb nieuwe kleren voor jullie’, kondigde ik vanmorgen bij het ontbijt aan. ‘Jippie!’ riepen Simeon en Daniël en ze renden de trap op, hun pyjama’s halverwege uittrekkend.
Simeon was blij met z’n nieuwe broek en Daan kon bijna niet kiezen tussen het zwarte shirt met gele vlakken of eenzelfde shirt met rode vlakken. Het werd de gele en natuurlijk moesten we de mouwen oprollen. Z’n ledematen zijn naar verhouding korter, waardoor broeken altijd te lang zijn en mouwen altijd over z’n handen vallen.
‘Julian, kom kijken!’ riep Daan over de trapleuning hangend. Julian zat beneden nog aan z’n huiswerk.
‘Wat is er Daan?’
‘Kom!’
‘Oké, oké ik kom al. Ik ben toch klaar.’
Trots als een pauw liet Daan z’n nieuwe shirt aan z’n grote broer zien. ‘Nieuw, van mama!’
‘Mooi hoor, leuke kleur dat geel.’
Vragend keek Julian vervolgens naar mij: ‘en ik?’
‘Voor jou heb ik nieuwe sokken, alsjeblieft’ en ik overhandigde een teleurgesteld kijkende Julian een pakketje.