Lezen, schrijven en rekenen kinderen met het syndroom van Down die de reguliere school bezoeken beter dan kinderen die naar het speciaal onderwijs gaan? Gert de Graaf, onderzoeker en betrokken bij de Stichting Downsyndroom, beantwoordt deze vraag met een voorzichtig ja. Hij deed samen met twee collega’s onderzoek naar het effect van de reguliere of speciale school in Nederland en heeft zijn antwoord statistisch onderbouwd.
Afgelopen december publiceerden de onderzoekers hun resultaten in the Journal of Intellectual Disability Research, een internationaal onafhankelijk wetenschappelijk tijdschrift dat zich richt op studies rondom intellectuele beperkingen.
In het onderzoek heeft Gert 121 ouders van kinderen met het syndroom van Down uitgebreid bevraagd en hun antwoorden statistisch geanalyseerd. In die analyse heeft hij de variabele ‘schoolhistorie’ geïsoleerd van andere variabelen die van invloed zijn op cognitieve vaardigheden, zoals leeftijd, IQ, sociale en taalvaardigheden, opleidingsniveau ouders en de mate waarin ouders thuis met hun kind werken aan lezen, schrijven en rekenen. Naast dat uiteraard leeftijd en IQ veel invloed hebben, bleek uit het onderzoek dat vooral ook de mate waarin ouders thuis met hun kind werken van invloed is op hun schoolse prestaties.
En dan natuurlijk de schoolhistorie. Hoe langer een kind doorbrengt in het regulier onderwijs, hoe beter het leest, concluderen de onderzoekers. Voor schrijven en rekenen was de relatie wat minder duidelijk.
Alhoewel ze het statistisch niet hard kunnen maken, schrijven Gert en zijn collega’s in het artikel dat vooral het aantal uren cognitief onderwijs per week het verschil maakt. Gemiddeld krijgen kinderen anderhalf tot twee maal zoveel uren onderwijs in de leervakken op de reguliere school, dan in het speciaal onderwijs.
Als ik het lees, lopen de rillingen over mijn rug. Schrijnend, vind ik dat verschil in lesuren. Kunnen lezen, schrijven en rekenen lijken mij de meest noodzakelijke ingrediënten voor een zo zelfstandig mogelijk leven en daarmee zijn het basisvakken, óók in het speciaal onderwijs. Een zo zelfstandig mogelijk leven -met een betaalde baan en een eigen woonomgeving- lijkt me voor Daniël een zo gelukkig mogelijk leven.
Het onderzoek gaat inderdaad niet in op hoe goed de leerlingen op het sociale vlak zijn, of hoe gelukkig ze zijn. Misschien dat de onderzochte leerlingen op de reguliere school wel heel erg op hun tenen moeten lopen en gestresst zijn. En wie zegt dat een zo zelfstandig mogelijk leven gelijk staat aan een zo gelukkig mogelijk leven?
Toch is ‘zo zelfstandig mogelijk’ ons uitgangspunt als we aan Daniël z’n toekomst denken. Een uitgangspunt dat we delen met de school hier, waar de juf meteen de eerste dag na de vakantie voorstelde om z’n leesniveau op te krikken door hem meer uit te dagen.
Gesteund door de resultaten van het onderzoek, reageer ik positief op het voorstel van de juf. En zitten we met hernieuwde energie met Daan aan tafel om de getallen tot 30 te schrijven en zijn de vakantiefoto’s lesmateriaal geworden.
Ook al heeft onze zoon niet het syndroom van Down toch wil ik graag even een reactie geven op deze blog.
Onze zoon van 8 zit op speciaal onderwijs en wel op een mytylschool hier volgt hij tytylonderwijs (cluster 3).
Ik ben heel erg tevreden over deze school. Ik vind het altijd zo jammer dat vaak de negatievere ideeën/reacties over speciaal onderwijs naar voren komen.
Neem nou bijvoorbeeld de redenering over het aantal uren. ik citeer: Gemiddeld krijgen kinderen anderhalf tot twee maal zoveel uren onderwijs in de leervakken op de reguliere school, dan in het speciaal onderwijs.
Hier is een hele logische verklaring voor namelijk het volgende omdat op het speciaal onderwijs (in ieder geval in het cluster 3) de kinderen enkele malen per dag/week worden opgehaald voor hun noodzakelijke therapiën, zoals fysio, logo en ergo. Dit slokt al veel van de uren op bovendien wordt op dit soort onderwijs ook veel gedaan aan de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen dit is ook heel belangrijk voor de groei. Juist bij speciaal onderwijs wordt er zoveel mogelijk gewerkt aan het zo zelfstandig mogelijk maken van de leerlingen.
Als een kind "gewoon" onderwijs kan volgen dan zou ik hier zeker voor gaan maar onze zoon kan door zijn meervoudige handicaps niet naar gewoon onderwijs, zal dit ook nooit kunnen. Ik wil via deze reactie dan ook laten weten dat ik superblij ben dat er speciaal onderwijs is. En dat je dit onderwijs nooit kunt/moet vergelijken met gewoon onderwijs.