‘Voor wie wil je de eerste kaart schrijven?’ vraag ik aan Daniël en wijs op de lijst met namen van alle kinderen uit z’n klas, die op tafel ligt.
‘Mmm, Jackie’, en inderdaad houdt hij z’n vinger bij de naam Jackie.
‘Oké, welke kaart wil je voor haar?’
Daniël kiest een roze kaart met rode hartjes en met een potlood in z’n hand buigt hij zich over de kaart.
‘Eerst ‘to’ en dan Jackie’, leg ik uit. Daan knikt en schrijft netjes ‘to Jackie’.
‘Goed zo en nu ‘from Daniël’, zeg ik en wacht af.
‘F, r, o, m,’ spelt hij al schrijvend en kriebelt er dan z’n eigen naam achter. ‘Klaar!’
‘Ja, deze is klaar’, reageer ik, ‘we hebben er nog twintig te gaan. Voor wie nu?’
Morgen is het Valentijnsdag en dat is ieder jaar veel werk. Elke klas organiseert een Valentijnsfeestje en van de kinderen wordt verwacht dat ze voor ieder klasgenootje een kaart meenemen.
Eigenlijk zouden de jongens de kaarten zelf moeten maken, maar daar begin ik niet meer aan...Knutselen is niet hun sterkste kant. Vrijdag heb ik met vooruitziende blik 70 kaarten gekocht en zondagmiddag zijn we alvast begonnen met schrijven.
Voor Simeon is het simpel: zijn kaarten hoeven niet op naam. Hij schrijft 22 keer ‘from Simeon’, plakt wat hartjesstickers en is klaar.
Julian vindt er niets aan, maar komt braaf zitten. Hij schrijft z’n 27 kaarten op naam, met ‘Happy Valentine’ erbij. Als ik ze wil bekijken, schuift hij de hele stapel naar zich toe: ‘dat is niet voor jou, mam.’ Jammer, ik ben best nieuwsgierig of hij bij allemaal zo’n algemene kreet heeft geschreven of dat er nog persoonlijke wensen (voor bepaalde meisjes?) tussenzitten.
![]()
Daan doet ondertussen ontzettend zijn best. Zijn kaarten moeten op naam en ik ben verbaasd hoe goed hij de namen van de kinderen uit z’n klas kan lezen en schrijven. We gaan kriskras door de lijst en ik vermoed dat hij z’n vriendjes als eerste kiest. Het is het eerste jaar dat hij de bedoeling snapt en het leuk vindt om voor z’n klasgenoten wat te schrijven, al is het maar ‘from Daniël’.
Maar na acht kaarten is zijn concentratie weg. Ik weet het nog te rekken tot tien, maar dan zijn Julian en Simeon klaar en houdt het echt op. Hij mag vanmiddag gezellig weer schrijven. Alleen nu voor de kinderen die niet z’n vriendjes zijn.