Aanstaande maandag is het Blue Monday, de somberste dag van het jaar. Een Amerikaanse wetenschapper bedacht zelfs een – omstreden – formule waarmee je dit met een wiskundig model kunt bewijzen.
Zou dat het zijn?
Misschien is het ook iets anders.
Die drie jongens misschien die gisteren voor me fietsten, een jaar of zestien leken ze me, net zo oud als Ebel. Zou het juist die ene zijn, die lange leuk uitziende jongen die opzij keek en zei, ‘hè jongens, die mevrouw wil er even langs,’die me zo aan Ebel deed denken zoals hij had kunnen zijn?
Of zouden het de aanmeldingsformulieren voor buitenlandse universiteiten zijn die we aan het invullen zijn voor Frances? Is het het idee dat Frances volgend jaar studeert en niet meer thuis woont? Niet meer elk vrij uurtje thuis met Robbert doorbrengt, kijkend naar hun gekke programma’s, pratend in hun taal en de zachte handen van Frances die het haar van Robbert nog snel even perfect in model brengen voordat ze naar hun scholen fietsen. Zou dat het zijn, het besef dat Frances en Robbert, de twee benen waar ons gezin op loopt, straks niet meer elke dag in dezelfde pas lopen? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat afgelopen week het verdriet om Ebels lot over me heen golfde, zomaar ineens, onverwacht en onnodig. Hoe gek het ook klinkt, het gaat eigenlijk erg goed met Ebel. Dat zou alle reden geven om alleen maar blij te zijn, maar waarom maakt me dat dan nu even zo extra verdrietig? Zie ik hoe het, met een paar kleine stappen, zo anders had kunnen zijn?
En weet ik maar al te goed dat we juist die paar kleine stappen nooit zullen zetten?
Ik zit hier en leg mijn hart op het toetsenbord.
Ebel zit naast me, hij heeft een agenda voor 2012 gekocht en heeft al onze verjaardagen er met hanenpoten in geschreven. Hij heeft al die feestelijke dagen met slingers en ballonnen volgekleurd en nu hij daarmee klaar is, is hij begonnen aan het Sinterklaasfeest van 2012.
Ebel weet uit een lang jaar feilloos elk feestje te kiezen. Vaak is dat genoeg om me meteen weer in een stralend humeur te brengen. Vandaag niet, vandaag fluistert het gemene stemmetje dat Verdriet heet in mijn oor: ‘Zo. Jullie verjaardagen staan erin en Sinterklaas en wat verder?
Niets, helemaal niets, geen eigen afspraak, geen voetbaltoernooi, geen schoolfeest. Niets! Gewoon omdat hij verder niets heeft.’
Ik houd op, want hier zit niemand op te wachten. Behalve dan misschien andere ouders zoals ik die in deze nog zo donkere, zo koude en zo grauwe dagen hun lot even minder blijmoedig dragen.
We mogen en moeten dat af en toe tegen elkaar durven zeggen. Vandaag is deze column voor mij zo’n moment.
Hallo Willemien,
Ik lees je blogs altijd met veel plezier. Wat je in deze blog schrijft is zo herkenbaar. Ik huil even met je mee. Ook onze zoon van 8 (meervoudig gehandicapt) heeft geen eigen vriendjes, speelafspraken, voetbaltoernooien enzv.
Soms kijk ik door ons raam naar buiten en daar zie ik ze jongens van de leeftijd van onze zoon buiten spelen, ravotten met andere kinderen, kattekwaad uithalen en dan huilt mijn hart onze zoon zal dit nooit doen. Hij mist het waarschijnlijk ook niet hij weet niet beter maar ik helaas wel.
Je hebt gelijk af en toe moeten we deze gevoelens toe laten en ik ben blij dat ik op zo'n momenten even lekker je blog kan lezen en weten dat er mensen zijn (ook al gun ik het niemand) die deze gevoelens ook hebben.