Ik fietste terug uit stad waar ik vestjes zocht met wijde mouwen voor de zielige arm van mijn moeder die afgelopen week geopereerd werd. Er is zorg, maar ondertussen kon ik niet anders dan genieten van de vogels die ik hoorde zingen, van het feit dat ik mijn handschoenen niet aanhoefde en toen ik de deur opendeed en de kamer binnenstapte waren de narcissen op tafel uitgebarsten in een zonnige en helder gele bos geluk.
In gedachten begon ik aan mijn column van deze week. Eén van de leukste dingen aan het schrijven van een column is de voorpret. Je hersenen mogen zomaar het onderwerp kiezen waar ze op dat moment zin in hebben en dan begint het selecteren van de woorden. Het is alsof ik in een bonbonwinkel sta en langzaam het goudkleurige doosje vul met de lekkerste en mooiste die ik kan vinden. Zo ontstaat de column met als toegift - die allerlekkerste bonbon die je tot het laatst bewaart - de mooie reacties van mensen die op mijn woorden reageren met hun woorden.
Deze week koos ik voor de KNO arts waar we over een paar dagen heen gaan. Ebel krijgt misschien een nieuw trommelvlies. Ik wilde mijn blijdschap en hoop beschrijven en ondertussen nog even de vloer aanvegen met een paar akelige specialisten uit het verleden die me vertelden dat het met die oren nooit meer wat zou worden, maar dat je je ook kon afvragen hoeveel waarde gehoorsverbetering zou hebben voor een jongen met een verstandelijke beperking zoals Ebel.
Ik zette thee en klikte de televisie aan, een klein stukje dokter Phil rond die tijd gaat er altijd wel in.
Er was geen dokter Phil. Er was een extra journaal.
Prins Friso ligt zwaargewond in het ziekenhuis.
Ik vergat meteen verder alles. Frances kwam binnen. ‘Prins Friso heeft een zwaar ongeluk gehad,’ riep ik. Ze keek verbaasd, heeft volgens mij geen idee wie dat is.
Ik heb niets met het koningshuis.
Van mij mogen ze een kleine ceremoniële functie hebben en daarnaast moeten ze ook gewoon werken.
Ik heb daarnaast helemaal niets tegen de leden van het koningshuis. Het zijn onbekenden die je vaak ziet. En toch schrok ik me helemaal lam gisteren en krijg ik het ongeluk niet uit mijn hoofd.
Waarom lukt me dat niet?
Ben ik ziekelijk nieuwsgierig en sensatiebelust? Vast en zeker. Niets menselijks is me vreemd.
Maar deze schrik is anders, gaat veel dieper. Hij raakt aan het gevoel dat alle ouders van zorgintensieve kinderen zullen herkennen. Het gaat erom dat alles, zomaar, veranderen kan. Het gaat erom dat zorg niet netjes aanbelt of een briefje stuurt over wanneer hij van plan is langs te komen, maar dat hij zomaar ineens binnen is en niet meer weg gaat. Op een stralende zonnige ochtend, als je in de verse poedersneeuw skiet en geniet van het gevoel van ruimte en vrijheid dat je als mens zo zelden echt hebt, kan de zachte sneeuw onder je voeten in een levensgevaarlijke lawine veranderen en je meesleuren. Zorg klopt bij iedereen aan, kent geen rangen en geen standen, geen eerlijkheid en geen partijdigheid.
Mijn wensen voor volledig herstel zijn nutteloos, maar meer heb ik niet te geven aan een prins die gewoon een mens is, aan zijn moeder, zijn vrouw en zijn kleine meisjes.
Ontzettend mooi geschreven!