Vorige week kwam het boek uit met Ebels tekeningen. Ik had al weken ervoor Ebels klasje en de begeleiders van harte uitgenodigd. Ik hoorde daar niets op.
Ik begrijp dat een uitje naar een drukke boekpresentatie niet voor alle kinderen uit Ebels klasje een feestje is, maar voor sommigen is het dat zeker wel. Het zou ze ongeveer anderhalf uur kosten en het was onder schooltijd, maar ik kreeg twee dagen voor de presentatie een mailtje dat het organisatorisch niet haalbaar was.
Van de directie, de orthopedagoge en de anderen die we uitnodigden hoorden we niets.
Ze kwamen ook niet.
In Ebels schriftje schreven we het weekend een uitgebreid verslag. Ik schreef op hoe goed Ebel het deed, hoe trots we op hem waren en schreef linkjes op waar je alles op terug kon zien.
Tot slot pakte ik het mooie boek voorzichtig in en stopte het in Ebels tas.
Fijn dat jullie het leuk hadden, stond er in het schriftje toen Ebel ’s middags thuis kwam, we hadden vandaag helaas geen tijd om naar jullie boekje te kijken.
De rest van de week was het schriftje gevuld met het gewone gebabbel en er heeft geen woord meer ingestaan over Ebels boek. Ik zie voor me hoe het ergens ligt, op een stapel ergens op een plank in de klas. Niemand heeft er naar gekeken, niemand heeft er even naar Ebel toe op gereageerd, niemand deelt onze trots en vreugde om dit resultaat.
Ik had me zo voorgenomen om al het geluk rond Angsthaas als een dikke jas aan te trekken en daar de komende weken niets door heen te laten komen, geen druppel onaardigheid, geen venijnige windstoot van desinteresse en geen hagelsteentje van verdriet.
Het is niet gelukt, de heerlijk warme en dikke jas van geluk was niet bestand tegen deze koude douche.
Ebel heeft een mager sociaal leven. Zijn sociale leven bestaat uit pappa, mamma, zus Frances en broer Robbert. Daar omheen staat een cirkel van lieve en goede mensen. Eigen vrienden heeft Ebel niet. Zijn klasje is zijn eigen leven, zijn begeleiders zijn meer dan begeleiders voor hem.
Andersom is dat niet zo. Ebel is niet de moeite waard om voor een dag het programma van de klas voor te wijzigen, Ebel is niet de moeite waard om rustig samen naar zijn boekje te kijken, hem te prijzen en in zijn schriftje – dat hij elke dag zelf leest – met hem en ons een blij moment te delen.
Ik weet het, als de school en de medewerkers mijn harde woorden lezen, zullen ze schrikken en ontkennen. Ik weet dat er echt begeleiders zijn die met hart en ziel werken en die wel om Ebel geven. Maar de afgelopen week heb ik dat niet gevoeld en niet gemerkt. En als ik het niet voel en niet merk dan geldt dat voor Ebel, die duizenden malen meer voelt en merkt dan ik, zeker. Willen jullie Ebels boek even weer mee terug naar huis geven?, schreef ik vanochtend in het schriftje en ik vond mezelf echt kinderachtig, maar dat boek blijft daar geen dag langer meer.
Ik stop het in een plastic tas en neem het mee als ik met de hond ga wandelen. Er is tot nu toe geen dag voorbij gegaan dat ik niet meerdere andere hondenmensen tegen kwam die blij riepen: ‘Ik zag je zoon op de televisie, en zijn boek! Wat prachtig, wat zullen jullie trots zijn!’
De volgende die dat zegt, duw ik dit boek gewoon in handen. Dan ben ik het kwijt.