dossier

je schamen voor je kind: het laatste taboe?

cover dossier schaamte
11 december 2015

 

inhoud:

  • ‘Het gaat om acceptatie’ Goed gesprek met de wandelcoach
  • Het laatste taboe ‘Ik schaam me voor m’n zoon’
  • 5x ermee dealen Als intimi zich voor je kind generen
  • … en lekker veel interviews

 

De meeste ouders durven niet te zeggen dat ze zich wel eens schamen voor hun kind. Terwijl iedereen kan begrijpen dat je je soms op z’n minst ongemakkelijk kunt voelen. Niks om je voor te schamen.

tekst Elise van der Velde illustratie iStock[sociallocker]

Wat ruik ik toch?

Als je baby naar poep ruikt in een openbare ruimte of op een verjaardag, zal niemand het je kwalijk nemen. Dat hoort er nu eenmaal bij en het is snel op te lossen. Maar als je negenjarige zorgintensieve kind een volle luier heeft, is het een ander verhaal. En bovendien niet zo een-twee-drie te verhelpen. Hoe groter hij of zij wordt, hoe vervelender het voor jou als ouder is als je kind niet meer zo lekker ruikt. In sommige gevallen heb je er zelf nog controle over; gewoon een kwestie van elke dag in bad en regelmatig verschonen. Maar met name oudere kinderen laten zich niet altijd meer vertellen dat ze moeten douchen. Om over haren knippen en/of kammen maar te zwijgen. ‘Ik vind het moeilijk dat mijn dochter er steeds minder aantrekkelijk uit gaat zien omdat ze geen maat kan houden met eten’, schrijft Melanie, moeder van een dochter (16) met ADHD en Asperger. ‘Ook ruikt ze gewoon niet meer lekker. Je merkt dat ze moeilijker vriendinnen maakt, wat door haar beperkingen sowieso al niet makkelijk is. Haar stagebegeleider stuurde me laatst een mailtje dat klanten in de winkel waar ze werkt, hadden geklaagd over haar zweetlucht. Dan schaam ik me dood, maar ze weigert deodorant te gebruiken.’

Niet zo beschaafd

José, moeder van een lichamelijk en verstandelijk beperkte zoon (14), gaat nooit met hem uit eten. Niet omdat ze zich schaamt, maar uit een gevoel van beschaving, zegt ze zelf. ‘Ik hou ontzettend van mijn zoon maar hij kwijlt en zit de hele tijd met zijn handen in zijn mond. Als hij vervolgens zijn handen uit zijn mond haalt en daar spastisch mee zwaait, valt er een hele sliert op de grond. Sorry, maar zelfs voor ons is dit een bijzonder onprettig gezicht. Dan vind ik niet dat je dit mensen moet aandoen die voor hun eigen ontspanning in een duur restaurant zitten.’ Kwijlen is een veelgehoorde reden om je te schamen voor je zorgintensieve kind. Of je er wel of niet voor thuis moet blijven, is voor iedereen natuurlijk anders. Merel, moeder van een spastische dochter slaat er geen dinertje voor over: ‘Je kunt ook denken: dan hebben die andere mensen maar één keer een minder leuk avondje uit. Pech. Wij moeten er ons hele leven tegenaan kijken.’

Hou je mond!

Harde of rare geluiden van hun zorgintensieve kind in het openbaar is ook iets waardoor ouders het liefst in de grond zouden willen zakken. Tegelijkertijd is het een probleem waar weinig tegen te doen is. Je kind doet het tenslotte niet expres, en op ‘Hou je mond!’ reageert het niet – al zou-ie het willen. Teun, vader van een complex gehandicapte dochter (10), kan er de ene dag beter mee omgaan dan de andere. ‘Als ik zie hoe mensen, en vooral kinderen, schrikken van mijn meisje, krimp ik soms in elkaar. Dan wil ik roepen: “Ze is niet zo eng als ze lijkt, ze is juist heel lief en vreedzaam! Ze kan het ook niet helpen!” Maar ik heb inmiddels ook geleerd om het te negeren. Blik op oneindig en net doen alsof je het zelf niet hoort. Wat eigenlijk nog zo is ook. Alles went.’

Zeg, voed je kind eens op!

Een driftaanval in de rij voor de kassa. Keihard: ‘Die mevrouw is dik!’ zeggen en daarbij de mevrouw aanwijzen voor de zekerheid. Of gewoon een brutale mond tegen totaal onbekenden op straat. Je zorgintensieve kind met een gedragsstoornis kan je goed voor gek zetten. Marije, met twee zoons met PPD-nos (5 en 7) weet er alles van. Ze heeft verschillende strategieën geprobeerd. Van het negeren van haar jongens (én van de opmerkingen van anderen) of hen vermanend toespreken, tot uitleg geven aan omstanders. ‘Op een gegeven moment dacht ik: waar ben ik eigenlijk mee bezig? Het is niet op te lossen. Om mezelf het idee te geven dat ik een goede moeder ben, blijf ik de jongens berispen. Maar uitleg aan omstanders geef ik alleen nog bij nare opmerkingen naar mij of mijn kinderen. Boze blikken negeer ik gewoon.’ De moraal van dit schaamteverhaal? Je bent niet alleen. En vaak is er niets dat een vervelende of gênante situatie minder erg maakt. Maar als we als ouders met een zorgintensief kind onderling onze schaamtegevoelens durven delen, wordt het in ieder geval wat draaglijker.

 

‘Ouders spelen vaak mooi weer’

portret dorothe bootsDorothé Boots (44) weet alles van schaamte; zo was haar broer “anders” en heeft zoon Duncan (14) ringchromosoom 9. Als wandelcoach begeleidt ze ouders van zorgintensieve kinderen bij de worsteling met het perfecte plaatje.  

Wanneer wist je dat Duncan gehandicapt was?
‘Eerst leek er niets aan de hand, tot Duncan voor een liesbreukje in het AMC lag toen hij drie maanden oud was. Daar las ik per toeval een brief van de kinder­arts aan de anesthesist over Duncan: “Het gaat waarschijnlijk om een mongool.” Ik had nooit begrepen wat mensen bedoelden met “er wordt een luikje onder je weggetrokken”, maar toen wist ik het. “Ach, ze zeggen wel vaker wat”, suste de zuster toen ik het haar vertelde. Maar de dagen erna kon ik alleen maar naar mijn kind staren. Zou het echt zo zijn? Het was mijn eerste, wist ik veel. We hebben met spoed een chromosomenonderzoek gedaan en toen kwam inderdaad zijn afwijking eruit.’

Heeft hij hetzelfde als je broer?
‘Nee, mijn broer Karel heeft een verstandelijke beperking door zuurstofgebrek. Verder heb ik geen broers of zussen. Toen ik opgroeide, was het zoals het was, maar achter­af zie ik dat het best wel heftig is geweest. Daar kwam ik achter tijdens het uitzoeken van de school voor Duncan. Toen ik er was, herkende ik het gebouw pas. Ik kreeg een schok. Wat erg, dacht ik, hij moet gewoon naar dezelfde school als Karel! En toen zei de oude directrice: “O, jij was dat kleine meisje dat altijd voor haar broer moest zorgen”.’

Wat was er zo heftig aan je jeugd?
‘Dat er van me werd verwacht dat ik alles voor mijn broer deed. En dat mij altijd werd gezegd dat ik vooral blij moest zijn dat alles met mij goed ging. Ik was het gelukskind, dat is een zware belasting.’

Schaamde je je ook voor je broer?
‘Ja, op sommige momenten wel. Op mijn achttiende had ik bijvoorbeeld net een autootje gekocht en ging ik met vrienden een weekend naar Duinrell. Dat mocht alleen als ik mijn broer meenam. Prompt kreeg hij in het zwembad een aanval. Zat ik daar, met mijn broer op schoot. Mijn ouders zeggen nu nog: “Wat moesten wij dan, we hadden toch geen keus?” Maar ik vind dat je altijd een keus hebt. Dit zou ik mijn andere zoon nooit aandoen.’

Heb je je wel eens voor je zoon geschaamd?
‘Ik weet nog goed dat Duncan vijf jaar oud was en we op een verjaardag waren toen hij, voor het eerst in gezelschap, van die rare kreten uit begon te stoten. Het gesprek viel stil, er begon zelfs een kindje te huilen. Ja, dan voel je schaamte. Het had ook iets definitiefs. Nu is het definitief dat hij anders is, dacht ik. En tegelijkertijd schaamde ik me omdat ik me schaamde. Dat zie ik ook bij de ouders die ik begeleid.’

Denk je dat gevoel nog een taboe is?
‘Ja, dat merk ik echt. Ouders spelen mooi weer naar de buitenwereld, zeggen dat ze het geaccepteerd hebben en geen moeite hebben met de handicap(s) van hun kind. Meestal maken ze zichzelf wijs dat dat zo is.’

Heb je daar een voorbeeld van?
‘Ja, een moeder die bleef volhouden dat haar kind wel vakkenvuller bij de Albert Heijn zou kunnen worden. Dat dacht ze echt. Toen ze eenmaal accepteerde dat dit niet ging lukken, vroeg ze: “Moet ik nu iedereen gaan vertellen dat het niet zo is?” Ze worstelde niet alleen met zichzelf maar ook met de buitenwereld.’

Hoe reageerden jouw ouders toen jij hetzelfde meemaakte als zij?
Ze is lang stil. ‘Dat weet ik niet meer. Gek hè? Ik weet wel dat ik in het begin heel vaak aan mijn moeder vroeg: “Mam, vind je dit normaal wat hij doet, of zou het bij zijn afwijking horen?” “Nee joh”, zei ze dan. Later vertelde ze dat ze het meteen vanaf de geboorte gezien had. Dat vond ik zó erg. Ik had het haar nota bene gevraagd!’

En je vader?
‘Ik herinner me dat Duncan op de poef voor de tv zat en zijn handen en voeten naar voren stak terwijl hij kreten uitsloeg. Dat doet hij als hij iets spannend vindt. En dat mijn vader zei: “Goh Door, vraag jij je nou nooit af ‘waarom ik?’’. Maar dat had ik me echt nog nooit afgevraagd. Zijn vraag gaf mij het gevoel dat hij het als straf zag.’

Je hebt dus zelf nooit gedacht: ben ik eindelijk van de zorg voor mijn verstandelijk beperkte broer af, krijg ik een verstandelijk beperkte zoon …
‘Nee, eerlijk niet. Ik denk dat ik het onbewust tijdens mijn zwangerschap al geweten heb. Ik weet nog dat ik dacht: niemand in onze vriendengroep heeft een gehandicapt kind, wij zijn vast aan de beurt.’

Wat vind je het moeilijkst aan een zorgintensief kind?
‘Het feit dat je anders bent dan anderen. Ik zie me nog staan in de speeltuin, toen Duncan een jaar of zes was. De fysiotherapeut had gezegd: als je hem het trappetje op helpt van de glijbaan, dan is de glijbaan zijn beloning. Dus ik mijn kind continu dat trappetje op helpen, terwijl al die moeders met kleinere kinderen heerlijk koffie zaten te drinken … Dan voelde ik me altijd zó klein.’

Hoe reageerde de omgeving op Duncan?
‘Iedereen deed altijd maar alsof er niets aan de hand was. Dan zei de juf dat hij gewoon naar de kleuterschool kon. Dat ging natuurlijk niet goed, dus toen hij op die school zat, kregen we een gesprek. Daar zagen we op papier dat er geen enkele mogelijkheid tot leren was want het ging om een “zwaar zwak­zinnig kind”. Níemand had dat ooit zo uitgesproken. Het ene moment kan hij gewoon naar de kleuterschool en het volgende moment heb je een zwaar zwak­zinnig kind!’

Is het mogelijk om 100 procent te accepteren dat je kind anders is?
‘Weet je, in het begin roepen we allemaal: “Ik accepteer mijn kind!” Heb ik ook gedaan vanaf het moment dat hij werd geboren. Maar dat houdt ook in: accep­teren dat je een andere moeder bent. Dat je een ander gezin hebt. Dat ook je tweede kind anders opgroeit dan je voor hem gewenst had. Het pakketje met dingen die je moet accepteren wordt steeds groter, je moet je verwachtingen steeds bijsturen.’

Het perfecte plaatje loslaten.
‘Ja, en inzien dat het rouwmomentjes zijn. Dat je soms moet toegeven dat je je kind niet meer aankunt. Het duurde bij mij even voordat ik hardop durfde te zeggen hoe heerlijk het is als Duncan een weekend uit logeren is. Er hangt dan een compleet andere sfeer in huis. Daar schaamde ik me eerst voor.’

Wat was jouw belangrijkste rouw­moment?
‘Een bezoek aan de consultatiebureauarts toen hij net liep. Hij verloor steeds zijn evenwicht. Niemand om me heen zei er wat van, terwijl ik dacht: da’s toch raar. De arts verwees ons door naar een fysio­therapeut. Toen wist ik: nu gaan we de molen in. Ik kwam buiten een buurvrouw tegen en begon keihard te huilen.’

Toegeven dat je het moeilijk vindt, is dat nog een taboe onder ouders, denk je?
‘Ja, of toegeven dat je je schaamt. Ik weet van mezelf dat ik dacht: ik kan niet zeggen dat ik het moeilijk vind, want dan geef ik toe dat ik niet van mijn kind hou. In de loop der jaren is dat veranderd. Ik draai het nu om. Soms kijk ik naar hem en denk ik: wat ben jij groots dat jij je lot gewoon accepteert.’

Wat is jouw advies om om te gaan met schaamte?
(lacht) ‘Daar had ik het net nog met een cliënt over. Schijt hebben aan alles, was onze conclusie.’

Makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe leer je dat?
‘Stel je kunt niet tegen starende mensen. Dan moet je erover praten om er werkelijk achter te komen waarom je die blikken zo erg vindt. En als je last hebt van de negatieve dingen van je kind, kun je elke avond drie positieve dingen van hem opschrijven. Al is het maar dat hij je een grote glimlach gaf. Dat klinkt heel erg simpel maar probeer het eens. Ik doe het zelf, en het werkt echt.’

Meer over Dorothé: maydcoaching.nl

 

PORTRET

portret Fatima Fortes‘Die tweet leverde me een paar ontvolgers op’

Fatima Fortes (36), moeder van Isabelle (6, meervoudig beperkt) en Calvin (4): ‘Ik ben al jaren gewend om nagekeken te worden om mijn tatoeages. Dat kan ik wel aan. Dan denk ik hoogstens: kom op jongens, het is 2015. Maar de blikken die ik krijg als ik met Isabelle loop, dat medelijden van wildvreemden, daar heb ik het moeilijk mee. Mijn echte verdriet gaat niemand wat aan.
Mijn dochter is lichamelijk en verstandelijk beperkt, zit in een rolstoel, heeft een waterhoofd en draagt een brilletje. Lange tijd had ze een neussonde. Vanaf een kilometer afstand zie je dat er iets niet klopt. Ik schaam me er nooit voor om met haar te wandelen, maar word wel gefrustreerd en bozig om bemoeienis.

‘Dat medelijden van wildvreemden, daar heb ik het moeilijk mee’

Dat ze soms de buurt bij elkaar krijst, vind ik vreselijk. Een keer sprak een oudere man in de metro haar toe tijdens zo’n bui. Ik legde hem uit dat ze zelfs “nee” niet begrijpt. Hij luisterde niet en bleef op haar inpraten. “Meneer, hou nu uw mond!” gilde ik. Daarop ging hij zich beklagen bij een andere passagier, over mijn “cultuur”. Terwijl ik toch echt gewoon een Zeeuws meisje ben. Toen ben ik zo geflipt, dat ik me daarover achter­af bijna schaamde.
Op social media ben ik vrij schaamteloos, maar altijd met een knipoog. En nooit over Isabelle. Ja, één keer twitterde ik: Mijn dochter loopt te tanden­knarsen en nu wil ik haar schedel inslaan. Dat leverde me een paar ontvolgers op. En ik moest zelfs mijn ex-man, met wie ik een heel goede band heb, ervan overtuigen dat het echt niet serieus bedoeld was.
Op goede dagen ben ik juist trots. Eén niet-sprekend kind in een rolstoel, één vrolijke blonde peuter die je de oren van je kop tettert, en een moeder die nogal afwijkt van de standaard. We zijn een markant stel.’

 

PORTRET

portret anoniem‘Op mijn werk vertel ik niet dat mijn kind autistisch is’

Carla Damen (37), moeder van Saartje (8, PDD-NOS): ‘Tegenwoordig is het in om je hele hebben en houden te delen. Iedereen mag alles van elkaar weten, we gooien elke flutfoto die we maken op internet en bloggen over de intiemste privé­details. Ik vind dat maar niets. Het past ook niet bij mij, ik ben een gesloten persoon. Daarom vertel ik op mijn werk niet dat mijn enige kind zo zwaar autistisch is dat ze niet normaal kan functioneren. Dat gaat niemand wat aan.
Als collega’s enorm uitweiden over problemen thuis of met de gezondheid, ben ik geïrriteerd. Ik ben op kantoor om te werken, niet om de psycholoog uit te hangen. Natuurlijk heb ik begrip voor andermans ellende, maar van huis uit heb ik mee­gekregen dat je je eigen boontjes moet doppen.
Ik ben manager bij een softwarebedrijf en werk vier dagen per week. Mijn man werkt vanuit huis en neemt de meeste zorg voor onze dochter op zich. Ook hij vertelt liever niet aan zijn klanten hoe het zit, maar hij is daar niet heel strikt in.

‘Zodra het over kinderen gaat, maak ik me met een smoesje uit de voeten’

Ik wel. Zodra het onderwerp richting kinderen gaat, maak ik me met een smoesje uit de voeten of hou ik mijn mond. Natuurlijk is het soms lastig. Mijn collega’s weten dat ik een kind heb van acht. Maar ik kan niet meepraten over games, boeken of typische basisschoolprobleempjes. Het helpt wel dat ik niet in de stad woon waar ik werk. Niemand kent de school van mijn dochter.
Ik heb niet het gevoel dat ik mijn kind verloochen of “niet authentiek ben”, wat een vriendin een keer suggereerde. Ik heb juist het idee dat ik goed voor mezelf zorg. Dit is mijn manier om op de been te blijven. Ik hou van mijn werk, en ook van mijn kind, maar zie het als twee prettig gescheiden werelden.’

Echte naam is bij de redactie bekend

 

PORTRET

portret monique‘Mensen zien me als een sterke vrouw, ik laat het zo’

Monique (43), moeder  van Matthijs (18) en Daniël (1989-2002): ‘Mijn oudste zoon was vijf maanden toen ik ontdekte dat ik zwanger was van Daniël. In eerste instantie wilde ik die baby niet. Toen ik na negen weken een bloeding kreeg, draaide het om: dit kind moest blijven! Ik schaamde me voor mijn eerdere gevoelens. De zwangerschap verliep moeizaam maar artsen wuifden mijn zorgen weg. Ik werd als aansteller gezien. Toch moest Daniël acht weken te vroeg met een spoedkeizersnee worden gehaald.
Hoewel alles oké leek, had ik het gevoel dat er iets niet klopte. Weer werd ik weggezet als overbezorgd. Als aandachts­trekker zelfs. Na twee weken werd Daniël erg ziek. Het voelt als falen dat ik niemand op tijd heb kunnen overtuigen hem te onderzoeken. De enorme hersen­schade had misschien voorkomen kunnen worden.
Ik bleef roepen dat hij meer had dan alleen epilepsie. Na vier maanden werd ik verdacht van Münchhausen by proxy – de aandoening waarbij je je kind iets aandoet om zelf aandacht te krijgen. In het ziekenhuis mocht ik niet alleen bij hem. Toen hebben we hem mee­genomen naar een academisch ziekenhuis, waar uiteindelijk een ernstige mitochondriale stofwisselingsziekte werd geconstateerd.

‘Dat ik mijn kind niet kon helpen, voelt als falen’

Daniël had geen besef van wat er om hem heen gebeurde en zo behandelden we hem ook. Als een grote baby. Toen hij een keer vrolijk begon te kraaien omdat hij mee naar huis mocht, schrok ik me gek. Onderschatte ik hem al die tijd? Ik kwam er niet achter. Op z’n vierde overleed hij.
Mensen zien me als een sterke vrouw die prima kan dealen met de dood van haar kind. Ik laat het zo, weerspreken kost te veel energie. En dan schaam ik me omdat ik niet eerlijk ben. Want als ik aan de vier jaar met Daniël denk, blijft het malen. Ik had hem beter moeten beschermen. Ik heb niet genoeg gedaan.’
Moniques achternaam is bij de redactie bekend

 

schaamte-enquête

  • 59% van de ouders die meededen aan de Lotje&co schaamte-enquête schaamt zich weleens voor zijn of haar zorgintensieve kind
  • 51% van de ouders die zich weleens schamen voor hun zorgintensive kind durft dat ook hardop toe te geven
  • 46% is weleens ergens niet naartoe gegaan vanwege het vooruitzicht van blikken of opmerkingen
  • 49% geeft aan dat mensen in hun omgeving zich (soms) schamen

 

illustratie schaamteschaamtemomentjes

Wat zijn nou momenten waarop jij je schaamt voor je zorgintensieve kind?, vroegen wij in onze schaamte-enquête.

Anoniem: ‘Als het heel druk is en ik moet met de rolstoel door een grote menigte.’

Rebecca Pos: ‘Als mijn zoon zonder gêne mensen napraat.’

Jannie van der Velde: ‘Mijn kind heeft geen rem. Als hij boos is, krijgt iedereen die langskomt een tik, of die duwt of knijpt hij. Ook vindt hij het leuk om te boeren, wat heel makkelijk kan door zijn schisis. Je krijgt dan toch blikken die je liever niet ziet.’

Twanny Schueler: ‘Mijn oudste (12) is erg open en vraagt van alles aan iedereen. Dat vindt men nog leuk als kinderen klein zijn, maar als puber? Ja, dat is toch wel gek.’

Rosa Tempelman: ‘Als ik met mijn dochter naar een concert ga, lacht en schreeuwt ze erdoorheen omdat ze zo van muziek houdt. Dan schaam ik me wel eens. Maar verder nooit. Ze is goed zoals ze is!’

Gretta Stigter: ‘Mijn zoon kan in een winkel ineens een voorbijganger “pakken” vanuit zijn buggy. Die zie je vervolgens weer naar zijn portemonnee grijpen … Oeps!’

Ida Loermans: ‘Ik vind het verschrikkelijk als mijn oudste hard gilt, of mij een klap geeft waar anderen bij zijn.’

Anoniem: ‘Ik schaam me als mijn dochter weer eens iemand pijn heeft gedaan.’

Anoniem: ‘Als mensen haar iets vragen, weigert mijn dochter antwoord te geven. Bij onbekenden vind ik dat niet erg, maar bij bekenden die heel aardig een gesprekje beginnen, schaam ik me extra als ze geen respons geeft en de persoon niet eens aankijkt.’

Karin van Dooijewaard: ‘Ik heb moeite met mijn dochters obsessie met eten. Het rumineren (eten oprispen en weer herkauwen) vind ik het ergste. Ik kan het negeren maar buitenshuis is dat moeilijk.’

Lydis Schuurman: ‘Heel soms kan mijn zoon opmerkingen maken waardoor ik denk: achter welke boom kan ik me verstoppen? Door zijn autisme is hij soms te eerlijk, maar verder schaam ik me nooit.’

 

Als anderen zich schamen voor jouw kind …

Het kán gebeuren. Dat je vrienden raar doen tegen je kind, je moeder meer aandacht voor haar ‘normale’ kleinkinderen heeft, of je partner liever niet met jullie kind op stap gaat. Hoe ga je daarmee om?

1. Blijf objectief

Wat is er eigenlijk aan de hand? Zet op een rijtje wat er exact is gebeurd of gezegd dat jou een vervelend gevoel geeft. Schrijf het op, en bekijk dan als een soort Rijdende Rechter welk gedeelte emotie is en welk gedeelte van het verhaal concreet. Wat heeft die vriendin dan precies gezegd tegen jouw kind? Welk bewijs heb je dat oma jouw kind achter­stelt? Hoe vaak ben jij de laatste tijd met je kind op stap gegaan, en hoe vaak jouw partner? Blijf hierin objectief en eerlijk naar jezelf.

2. Praat erover

Met concrete voorbeelden kun je een goed gesprek aangaan. Vermijd emoties en verwijten en ga recht op je doel af. ‘Waarom ga je zo weinig met ons kind naar buiten vergeleken met mij?’ ‘Waarom mochten alle kleinkinderen op de foto, maar je zorgintensieve kleinzoon niet?’ Of vraag desnoods gewoon: ‘Schaam jij je voor hem?’, maar probeer daarbij niet aanvallend over te komen. Sta open voor een dialoog. Misschien vindt de ander het juist prettig om er eens echt over te praten. En wie weet berust jouw gevoel op een misverstand.

3. Vat het niet persoonlijk op

Sommige mensen doen wat ze doen en reageren zoals ze doen. Klaar. Bij iedereen, en in elke situatie. Toevallig heb jij nu last van hun egoïsme, onverschilligheid of regelrechte domheid. Hoewel je al snel denkt dat ze alleen zo tegen jou of jouw kind zijn, zijn zij zich misschien van geen kwaad bewust. Hun reactie op een situatie zegt vaak meer over henzelf dan over jou, dus vat het niet al te persoonlijk op.

4. Probeer begripvol te blijven

Zelf je kind met al z’n beperkingen volledig accepteren is al een hele opgave, hoe dol je ook op hem bent. Probeer daarom begrip op te brengen voor mensen die niet 24 uur per dag jouw prachtige kind om zich heen hebben. En voor wie het lastiger is om door al z’n beperkingen heen te kijken. Kijk ook naar omstandig­heden of karakter. Heeft je partner het lastig op z’n werk? Is oma van zichzelf al sociaal niet zo handig? Hoe kun jij hen helpen om beter om te gaan met jouw kind?

5. Loop weg

Misschien was dit al je eerste impuls, en in sommige gevallen is het ook de beste optie. Als geen van de bovenstaande stappen de houding van je vriend(in) of familielid heeft kunnen veranderen, is het beter om afscheid te nemen. Loop weg van het ver­velende gevoel dat je krijgt als je met je zorg­intensieve kind op bezoek bent. En zoek vanaf nu alleen nog mensen op die net zo van hem houden als jij.

[/sociallocker]

Geef een reactie

site De Heren Van

Pin It on Pinterest