dossier

Dossier werk&zorg


Werken en zorgen kan je dat combineren? In dit dossier gaan we op zoek hoe je het mogelijk kan maken.

Inhoud:
• De arbeidspsycholoog – Waarom is werken goed voor je?
• Prettig geregeld – Alle soorten verlof en regelingen op een rij
• Rond de tafel – Moeders over stoppen, minderen of doorgaan met werken


‘Werk helpt je om over de schutting van je eigen bestaan te kijken’

Interview: Iris Dijkstra beeld: Shutterstock

Arbeids- en organisatiepsycholoog Jiska Ronner vindt werk belangrijk voor iedereen – dus ook voor ouders van zorgintensieve kinderen. Ze spreekt uit eigen ervaring, met vier kinderen onder wie een zoon met downsyndroom.

Wat betekent werk voor mensen?
‘Werk is vaak noodzaak, er moet geld binnenkomen. Hoe je dat vervolgens invult, is per persoon verschillend. In het algemeen kiezen mensen werk dat bij hen past, dat hen uitdaagt en dat hen gelukkig maakt. Mensen willen ook graag zinvol bezig zijn. Werk kan in die behoefte voorzien. Het is dus geen doel op zich, het is een middel. Het levert geld op, het geeft je het gevoel je tijd zinnig te besteden en vaak ben je onder de mensen. Werk kan daarom veel betekenen.’

Welke voordelen heeft het om te blijven werken? [sociallocker]
‘Werk buitenshuis, waarbij je andere mensen ontmoet en je aandacht aan andere dingen moet schenken, helpt je om over de schutting van je eigen bestaan te kijken. Ik ben zelf een half jaar na de geboorte van onze zoon weer aan het werk gegaan. Ik vond het heerlijk om dat deel van mijn bestaan terug te krijgen. Het was helend om te merken dat er nog meer was dan alleen de zorgen om Abel.’

Is het niet moeilijk om de zorg voor je kind uit handen te geven?
‘Jawel. Je denkt dat niemand je kind zo goed kent en zo goed kan verzorgen als jij. Toch kan het fijn zijn om de zorg deels aan anderen over te laten. Abel kon bijvoorbeeld niet naar de wc, daar moest ik hem bij helpen en dat deed hem fysiek pijn. Vreselijk vond ik dat. Door dat stuk uit te besteden, kon ik weer gewoon moeder voor hem zijn. Dat deed ons allebei goed.’

Wanneer kun je beter je werk opgeven?
‘Als je van je baas geen enkele medewerking krijgt, kan ik me voorstellen dat je het niet opbrengt om te blijven werken. In elk geval niet voor die werkgever. Of je dan helemaal moet stoppen, kan ik niet beoordelen. Wil je graag blijven werken, dan is het misschien beter om een nieuwe werkgever te zoeken.’

Wat raad je ouders aan?
‘Bedenk ook waar je naast je gezin nog méér gelukkig van wordt. Wat wil jij, wat heb jij nodig? Probeer dat stipje op de horizon helder te krijgen en richt je leven daarnaar in. Dat is lastig, maar als je je eigen doelen verwaarloost, levert dat uiteindelijk alleen frustratie op. En daar wordt niemand beter van.’

Feiten en cijfers

Eenderde van de werkgevers vindt dat zorgtaken van werknemers een privéaangelegenheid zijn.
Eenderde vindt het een verantwoordelijkheid van werknemer en werkgever samen.
De overige werkgevers hebben er nooit over nagedacht.
(Bron: Arbeidsvoorwaarden Survey 2010-2011 van Mercer en Centraal Beheer Achmea)

De drie grootste knelpunten voor werknemers met intensieve zorgtaken:
1. ‘Ik voel mij bezwaard naar mijn collega’s en of mijn baas.’
2. ‘Verlof wordt nu eenmaal niet doorbetaald, waardoor ik niet minder kan gaan werken.’
3. ‘Ik krijg weinig begrip van mijn werkgever.’
(Bron: CNV, april 2011)


Prettig geregeld

Tekst: Eva Prins

1 op de 8 werknemers combineert een baan met langdurige zorg voor iemand in zijn of haar omgeving. Dat is nogal wat. Hoe doen zij dat, zonder er zelf bij in te schieten? Lotje&co interviewde ervaringsdeskundigen, zet rechten (en plichten) op een rij en geeft tips voor het omgaan met onbegrip.

‘Ik wil toch dichtbij ze zijn’
Hoewel haar werkgever flexibel was, vond Nancy Groot Jebbink (41) de zorg voor haar drie dochters (10, 8, en 5) uiteindelijk niet meer te combineren met haar werk van 20 uur als bedrijfsleider in een kapsalon. Sinds vijf jaar heeft ze een kapsalon aan huis en dat voelt een stuk prettiger. ‘Ze hebben alledrie een immuunziekte waardoor ze heel vaak ziek zijn. Dan wil ik toch het liefst dichtbij ze zijn.’ Haar man is kinderfysiotherapeut en werkt 32 uur in loondienst. Bewust. ‘Dat geeft vastigheid.’ Op de dag dat hij thuis is, werkt Nancy, plus de zaterdag en twee avonden. Met af en toe een oppas en, bij plotselinge ziekenhuisopnames, de hulp van vrienden en familie, gaat dat goed. Nancy: ‘Ik vind dit de ideale combinatie.’

Voor jezelf beginnen?
De vrijheid om je eigen tijd in te kunnen delen. Voor veel mensen is dit de belangrijkste motivatie om voor zichzelf te beginnen. Aan ‘eigen baas zijn’ – zeker als je vanuit huis werkt – zitten echter ook nadelen. Huishouden en kinderen, zeker zorgintensieve, zijn grote afleiders. Aan het werk gaan en blijven, vraagt dan veel discipline. En als je niet werkt, verdien je ook niets. Ook voor vakantie en pensioen zul je zelf moeten sparen. Handige sites voor (startende) zzp’ers zijn: www.fnvzzp.nl, www.zzp-nederland.nl en van de Kamer van Koophandel: www.kvk.nl/ondernemen/ bedrijf-starten.

‘Mijn vakantiedagen gingen op aan ziekenhuisbezoeken’

‘Je probeert het naar twee kanten goed te doen: thuis en op het werk. Daardoor voel je je continu in een spagaat,’ zegt Otto Luinenburg (41), vader van drie zorgintensieve kinderen (11, 8 en 1).
‘Wees er maar voor je gezin. De rest regelen we later wel.’ Dit was de reactie van zijn werkgever toen dochter Danique, vlak na haar geboorte naar de intensive care moest. ‘Dat was heel fijn, daardoor kon ik het werk echt loslaten.’ Het bleek het begin van een dramatisch jaar waarin Danique (nu 8) ziekenhuis in en uit ging. ‘Ik ben uiteindelijk een half jaar nauwelijks op mijn werk geweest,’ zegt Otto, die vier dagen per week bij een ingenieursbureau werkt. ‘Ik mocht me eerst, in overleg met de HR-manager, ziek melden. ‘Hij begreep gelukkig dat mijn hoofd echt niet naar werken stond. Daarna kon ik het regelen met calamiteiten- en zorgverlof.’
Heel anders was de situatie zeven jaar later, bij de geboorte van Fabian (1). Ook hij kwam twee dagen na zijn geboorte op de intensive care terecht. Otto’s bedrijf had inmiddels een andere eigenaar en hij een nieuwe leidinggevende. En die hield zich strak aan de regels. Niks ziek melden, twee weken zorgverlof en twee weken onbetaald verlof kreeg hij. Lang onbetaald verlof is voor hem als kostwinner ook geen optie. ‘Dus dan ga je je vrije dagen en overuren gebruiken voor ziekenhuis en therapeuten. Vakanties schieten er daardoor bij in. Dat is pittig.’

Welke verlofregelingen gelden voor jou?
Het recht op verlof is voor werknemers geregeld in de Wet Arbeid en Zorg. Maar deze wettelijke verlofregels zijn soms ondergeschikt aan de verlofregels in de cao. In sommige gevallen geeft de wet aan dat niet van de wettelijke regeling mag worden afgeweken als dit in het nadeel is van de werknemer. Maar soms mag dit dus wel. Zoek dit dus goed uit voor je met je werkgever in gesprek gaat over verlofmogelijkheden. Soorten verlof
1. Calamiteitenverlof
In overleg met je werkgever kun je dit verlof opnemen als je onverwachts direct vrij moet hebben. Bijvoorbeeld als je kind plotseling ziek wordt. Hoe lang het verlof duurt, hangt af van het noodgeval. Soms gaat het om een paar uur, soms om enkele dagen. De werkgever moet het verlof doorbetalen, tenzij dit in de cao anders is bepaald.
2. Kortdurend zorgverlof
Dit verlof is bedoeld voor de zorg voor een ziek kind, partner of ouder. Per jaar kun je maximaal twee keer het aantal uren dat je in de week werkt, opnemen. Dat hoeft niet in één keer. De werkgever is verplicht minstens 70 procent van je loon door te betalen, tenzij dit in de cao anders is geregeld. Het minimum is het minimumloon. Een werkgever mag kortdurend zorgverlof alleen weigeren als daardoor het bedrijf of de organisatie in ernstige problemen zou komen.
3. Langdurend zorgverlof
Wanneer je kind, partner of ouder een levensbedreigende ziekte heeft, kun je dit verlof aanvragen. Dat moet je twee weken van tevoren schriftelijk doen. Per jaar mag je 12 weken lang maximaal de helft van het aantal uren dat je werkt, opnemen. Dus stel dat je 32 uur werkt, dan kun je 12 weken lang twee dagen (16 uur) verlof krijgen. In overleg met de werkgever mag je het verlof spreiden over maximaal een periode van 18 weken. Langdurend zorgverlof is onbetaald, tenzij in de cao anders is afgesproken.
Belangrijk! Het opnemen van kort- of langdurend zorgverlof kan gevolgen hebben voor de hoogte van de eventuele toeslagen van de Belastingdienst, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag, en kinderopvangtoeslag. Kijk voor meer informatie op: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverlof.

Werknemers met intensieve zorgtaken, gebruiken daar vaak vrije dagen voor. Een kwart maakt wel gebruik van kortdurend zorgverlof. Van langdurend zorgverlof wordt nauwelijks gebruik gemaakt. (Bron: Rapport Verlof vragen, SCP, 2011

Waar vind je een ‘zorgoppas’ en thuiszorghulp?
Voor zorgintensieve kinderen is een oppas vaak moeilijker te vinden. Kijk voor gespecialiseerde hulp eens op deze websites: www.nationalehulpgids.nl Voor heel veel verschillende zorgaanbieders, van oppas tot thuiszorg en van logeeropvang tot boodschappenhulp. www.persaldohulpgids.nl Hier vind je PGB-zorgaanbieders.
www.zorgstudent.nl Vooral zorgstudenten bieden zich aan om werkervaring op te doen.
www.ciz.nl Bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) kun je een indicatie aanvragen voor thuiszorg die vergoed wordt via de AWBZ. www.kiesbeter.nl Voor thuiszorgorganisaties bij jou in de omgeving.
www.regelhulp.nl Biedt actuele informatie op het gebied van zorg, welzijn, opvoeden en opgroeien, en sociale zekerheid, van de overheid.

‘Ik werd thuis gillend gek’
‘In Nederland voel je bijna gêne als je als moeder ambities hebt,’ zegt Annemarie (44), carrièrevrouw en moeder van drie kinderen (12, 8, 6). De oudste is zorgintensief. Annemarie werkte als freelancer vanuit huis toen hij geboren werd, haar man fulltime buitenshuis. Hun zoontje had enorm veel zorg nodig; ‘Hij moest eigenlijk 24 uur per dag op schoot.’ Van werken kwam bij Annemarie niks meer. ‘Ik werd gillend gek; ik wilde weg, de deur uit.’ Dus ging ze, na twee jaar thuis, op zoek naar een vaste baan. Ze vond een managementfunctie bij een uitgeverij, fulltime. ‘Iedereen verbaasde zich erover, maar ik vond het heerlijk, een verademing. Ik heb nooit thuismama willen zijn. Ik kan niet zonder werk.’
Twee ‘heel lieve thuiszorgmedewerkers’ zorgden ondertussen voor haar zoon. In combinatie met speciale kinderopvang, ging dat heel goed. ‘Het is niet zo dat niemand anders voor je kind kan zorgen, maar je moet het wel kunnen overdragen en loslaten.’ Fulltime werken doet Annemarie nog steeds, inmiddels toch weer als zelfstandig ondernemer. ‘Maar ik heb nu wel een eigen kantoor aan huis en een dichte deur betekent: niet storen.’

‘Mijn werk is te leuk om op te geven’
‘We hebben het nu goed geregeld,’ zegt Fabienne Muller (47), ‘maar het staat of valt met de oppas.’ Fabienne werkt drie dagen per week als juf op een basisschool. ‘Heel leuk werk,’ zegt ze. ‘Dat zal ik niet snel opgeven.’ Haar man is partner bij een detacheringsbureau en werkt viereneenhalve dag. Ze hebben twee dochters: Bronte (13) en Madelief (11). Madelief heeft PPD-NOS en een taalstoornis, ze gaat naar het speciaal onderwijs. ‘Halen en brengen doen we zelf, want we willen niet afhankelijk zijn van een busje dat dan weer te vroeg en dan weer te laat komt. Bovendien is dat te druk voor Madelief,’ zegt Fabienne.
Dus is er een strak schema van haar, haar man en twee oppassen. De kosten voor de gespecialiseerde, dus duurdere, oppas, betalen ze uit het PGB. ‘Mocht dat straks stoppen, dan moeten we opnieuw kijken hoe we het gaan regelen.’

‘Een baan is voor mensen met een zorgintensief kind vaak juist extra belangrijk. Het biedt afleiding buiten de deur. Anders zijn ze alleen maar thuis aan het zorgen (maken).’ Elsbeth Bakker, bedrijfsmaatschappelijk werkster

Geven en nemen 1
Wat mag je van je werkgever verwachten?
• Dat je serieus genomen wordt en er aandacht, interesse en tijd is.
• Dat hij of zij je wijst op verlofmogelijkheden en deze toepast. Daartoe is een werkgever wettelijk verplicht (zie ‘verlofregelingen’).
• Een flexibele opstelling als jullie samen zoeken naar een reële oplossing.
• Dat er contact is als je een tijdje niet werkt. Ook daar is een werkgever wettelijk toe verplicht (zie ‘ziek melden’).
En vice versa?
• Dat je het onderwerp aankaart.
• Dat je verlof, vrije uren of vakantiedagen in overleg opneemt.
• Dat je je werk zo goed mogelijk blijft doen en aan de bel trekt als het niet lukt.
• Dat je je flexibel opstelt in het vinden van oplossingen. Kijk voor meer informatie en tips op: www.werkenmantelzorg.nl.

Zijn of dreigen er toch conflicten of kom je er samen niet uit, dan kun je je als werknemer wenden tot de OR, de bedrijfsarts, de vakbond of de sociaal-juridische dienst van Mezzo: www.mezzo.nl. Is de werkgever ontevreden over je, dan kan het uitdraaien op een arbeidsconflict. Hoe hiermee wordt omgegaan is afhankelijk van hoe de beoordeling van het functioneren geregeld is in de organisatie.

‘Een prachtige oplossing voor iedereen’
‘Mijn werk houdt me in balans,’ zegt José de Graaf (48), financieel-administratief medewerker en moeder van Nina (14) en Kiki (11). Ze werkte net bij een nieuwe werkgever, een kleine zorginstelling, toen bij Kiki (toen 7) een zeldzame stofwisselingsziekte werd geconstateerd waarvoor ze onder andere een heel streng dieet moest volgen. Dat gaf zo veel zorg, dat José overwoog te stoppen met werken. Haar leidinggevende had een beter idee: minder uren, flexibel en thuis werken. ‘Dat was een prachtige oplossing voor allebei,’ zegt José, die een fulltime werkende man heeft. Ze ging terug van 18 naar 15 uur, verdeeld over drie dagen, onder schooltijd. Als Kiki ziek is, werkt ze thuis of ze werkt die week wat minder en compenseert dat een andere week. ‘Dat gaat allemaal heel flexibel.’ Het bevalt zelfs zo goed dat ze recent haar uren heeft uitgebreid naar 24 uur. ‘Dat durf ik aan omdat ik de zekerheid heb dat als er iets met Kiki is, ik het met mijn werk goed kan regelen.’

Thuiswerk en flexibele tijden
Werknemers hebben het recht om meer of minder te gaan werken. Dat is vastgelegd in de Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA). Je moet wel minstens één jaar in dienst zijn. Ook moet het gaan om uren in de eigen functie. Verder mag veranderen slechts eens in de twee jaar. De wet geldt alleen voor bedrijven met minimaal tien werknemers en voor ambtenaren. Een werkgever mag een verzoek alleen weigeren als sprake is van een ‘zwaarwegend bedrijfsbelang.’ Werknemers hebben nog geen recht op werken vanuit huis, tenzij dat in een cao is geregeld. Maar wellicht gaat dit binnenkort veranderen. GroenLinks en het CDA hebben onlangs een wetsvoorstel ingediend dat werknemers het recht geeft op flexibele werktijden en thuiswerken. Kijk voor de meer informatie op www.flexibelwerken.nl.

Flexibele werktijden staan met stip op nr. 1 van ‘populaire oplossingen’ om werk en zorg te combineren. Daarnaast zijn thuiswerken, (tijdelijk) minder uren werken of het (tijdelijk) verminderen van taken en verantwoordelijkheden gewenste manieren om de combinatie werk en intensieve zorg thuis mogelijk te maken. (Bron: Nationaal Mantelzorgpanel 2011 van Mezzo)

Kun jij je ziek melden voor een ziek kind?
Een ziek kind is formeel geen reden om je ziek te melden. Dat mag alleen als je zelf ziek bent. Maar wordt je kind plotseling met een levensbedreigende aandoening in het ziekenhuis opgenomen, dan is het logisch dat je niet gaat werken. Bedrijfsarts Elianne van Veelen: ‘Bij zulke acute drama’s zullen de meeste werkgevers dan ook wel instemmen met je afwezigheid.’ Maar Van Veelen raadt aan daar niet het label ‘ziek’ aan te hangen. ‘Zeg eerlijk wat er aan de hand is. Vaak wordt het dan wel geregeld,’ zegt ze. Bijvoorbeeld door calamiteiten-, zorg- of ‘buitengewoon verlof’. Dit laatste is een ‘eigen regeling’, waarbij de werkgever salaris doorbetaalt zonder dat de werknemer hoeft te werken. Soms wordt ook alsnog voor de oplossing ‘ziek melden’ gekozen, omdat een werknemer zo van slag is dat hij of zij ook niet kan werken. Wettelijk heb je bij ziekte recht op doorbetaling van 70 procent van je loon, maar in de meeste cao’s is een hoger percentage afgesproken. Uiteindelijk is het altijd aan een bedrijfsarts om vast te stellen of een werknemer wel of niet in staat is om te werken. Ben je het oneens met dit oordeel, dan kun je een ‘second opinion’ vragen bij het UWV (zie www.uwv.nl).

‘Mijn collega’s en baas hadden geen geen begrip’
‘Je neemt het er wel van.’ ‘Ga je alweer naar huis?’ Dit soort opmerkingen hoorde Dave (36) regelmatig van zijn collega’s. En ook van zijn werkgever, een groot ICT-bedrijf, kreeg hij weinig begrip en steun toen in februari 2010 bij zijn middelste kind Lieke (5) leukemie werd geconstateerd. ‘Iedereen wist ervan, maar vrijwel niemand is komen vragen hoe het met mij of Lieke ging.’
Voor hem en zijn vrouw Yvonne (34), logopediste, staat hun leven al twee jaar in het teken van de zware behandeling van hun dochter, die ook het downsyndroom heeft. Direct na het slechte nieuws, meldden ze zich allebei ziek. Dave; ‘Ik kon niet werken, was helemaal van slag.’ Dit werd door zijn werkgever niet geaccepteerd; ze schreven het als vrije uren. Pas als zijn directeur in het ziekenhuis op bezoek is geweest, wordt zijn ziekmelding in behandeling genomen. Maar ook de bedrijfsarts dringt aan op een andere oplossing. Dave: ‘We hebben nachtenlang wakker gelegen en uiteindelijk besloten om allebei ouderschapsverlof te vragen. Dat kon gelukkig direct ingaan.’ Hij ging van 40 naar 20 uur. Zijn vrouw ging van 20 naar 14 uur. Haar verlof is deels betaald, voor Dave is het onbetaald. ‘Ik zie het als een noodoplossing, bij gebrek aan alternatief.’

Ouderschapsverlof
Voor elk kind tot 8 jaar mag je één keer ouderschapsverlof opnemen. Dit verlof is maximaal 26 keer je wekelijkse arbeidsduur. Als je het in één keer opneemt, kan je dus een halfjaar vrij zijn. Dit mag je werkgever echter weigeren met een beroep op ‘zwaarwegend bedrijfsbelang.’ Smeer je het verlof uit over een jaar – en werk je dan dus de helft van je aantal uren – dan mag een werkgever het niet weigeren. Langer uitsmeren of in (maximaal zes) delen opnemen kan, in overleg, ook. Ouderschapsverlof is onbetaald, tenzij het in de cao anders is geregeld. Toeslagen en kortingen Meer of minder gaan werken of stoppen met werken, kan gevolgen hebben voor het kindgebonden budget, een maandelijkse, inkomensafhankelijke, toeslag voor ouders, en voor de kinderopvangtoeslag. Deze toeslag is sinds dit jaar gekoppeld aan uren die de minst werkende partner werkt. Dat kan als werknemer zijn of als zelfstandige. Ook voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt gekeken naar het inkomen van de minst verdienende partner.

Geven en nemen 2
Wat mag je van collega’s verwachten – en vice versa?
Wettelijk en juridisch is hier niets over geregeld. Veel zal dan ook afhangen van de sfeer en cultuur op het werk, van de opstelling van je leidinggevende(n), hoe je het hebt geregeld en je eigen opstelling. Moet je vaak (eerder) weg? Of heb je je werktijden aangepast? Vertel dan waarom – daarmee kweek je begrip. Openheid is, hoe lastig soms misschien ook, sowieso belangrijk. Daarnaast komen alle adviezen vooral neer op: geven en nemen. Moet een collega af en toe werk van je overnemen? Doe dat dan ook eens voor hem of haar, op een moment dat je wél tijd en ruimte hebt. Toon je goede wil en blijf in gesprek. Kom je er met elkaar niet uit, blijft er werk liggen of zijn er toch spanningen, bespreek dit dan, eventueel samen met collega’s en met je leidinggevende. Uiteindelijk is een werkgever verantwoordelijk voor een goede werksfeer én werkverdeling. Geeft je leidinggevende het slechte voorbeeld door zelf weinig begrip en/of flexibiliteit te tonen, dan kun je je eventueel wenden tot een vertrouwenspersoon, bedrijfsmaatschappelijk werker, personeelszaken, OR en/of uiteindelijk de vakbond.

‘Soms werk ik zelfs in een wachtkamer’
Hoe kan ik toch in het arbeidsproces blijven? Die vraag stelde Ingrid Bilardie (40) zich toen bleek dat de zorg voor haar twee zoons met autisme (nu 6 en 9) niet te combineren viel met ICTondersteuning vanuit huis of het gastouderschap. Dit was ze gaan doen nadat ze, een jaar na de geboorte van haar oudste, met ‘pijn in het hart’ haar baan als projectmanager bij een ICT-bedrijf had opgezegd. Ze besloot kinderboeken te gaan schrijven. ‘Een enorme gok,’ zegt ze. ‘De vaste, fulltime baan van mijn man, ook ICT’er, zorgde voor een vast inkomen, zekerheid en rust. Daardoor had ik de luxe dat ik me wat opstarttijd kon permitteren.’ Inmiddels is Ingrid vier jaar en vier kinderboeken verder. Dankzij haar grote discipline. ‘Zodra ik even tijd heb, ga ik achter mijn computer zitten. Soms werk ik zelfs in de wachtkamer van de fysiotherapeut of logopedist.’ Ze is trots op wat ze heeft bereikt, maar diep in haar hart zou ze wel meer tijd willen om te kunnen (door)werken. Ook vanwege het geld. ‘Gelukkig is er de TOGregeling en de extra tegemoetkoming. Daar betalen we extra kosten van, zoals hulpmiddelen, de tweede auto en een extra begeleider als we eens een dagje uit gaan.’

Voor wie is de TOG-regeling?
TOG staat voor: tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen. Het is zo’n 210 euro per kind, per kwartaal. Deze tegemoetkoming kun je krijgen als je kind tussen de 3 en 18 jaar oud is, thuis woont en een AWBZ-indicatie heeft voor minimaal 10 uur zorg per week. Die zorg moet je zelf geven. Een extra tegemoetkoming Voor gezinnen met één nietwerkende of weinig verdienende partner (tot 4706 euro per jaar) is er een extra tegemoetkoming. Voorwaarde is dat je een heel jaar TOG hebt ontvangen. Deze TOG Plus wordt achteraf voor een heel jaar betaald en was in 2011 1460 euro. Het is een vast bedrag per huishouden, dus ongeacht of er één of meer zorgintensieve kinderen zijn. Kijk voor beide regelingen op www.svb.nl.

‘Bij werkgevers dringt steeds meer het besef door dat de thuissituatie van werknemers effect heeft op het verzuim en de kwaliteit van het werk. En dat het dus in hun eigen belang is om werknemers daarin tegemoet te komen.’ Corien van de Plas, mantelzorgmakelaar


‘Mijn carrière staat stil’

Gespreksleiding en tekst: Merel van Dorp fotografie: Tjitske Sluis

4 moeders over stoppen, minderen of doorgaan met werken

Zelfstandig trainer, coach en mediator Mariske Vreugdenhil (42) werkt vier dagen, net als haar vriend. Hun gezin bestaat uit stiefzoon Len (9), Sep (4) en Emil (2,5). Sep is door een chromosoomafwijking slechthorend, spreekt niet, loopt moeizaam en heeft een verstandelijke beperking.
Vier dagen in de week werkt Lilian ter Doest (47) als commercieel directeur. Zij is moeder van Luca (11) en Anna (8), door het Rett syndroom meervoudig complex gehandicapt. Haar man werkt voltijds.
Wikke Kuller (34) heeft vier zoons: Guus (6), Teun (5), Dries (4) en Jip (2,5). Jip is als baby door een ziekenhuisinfectie meervoudig gehandicapt, epileptisch, slechtziend, spastisch en zwaar verstandelijk beperkt. Wikke had een voltijdbaan als gepromoveerd onderzoeker diergeneeskunde en werkt nu nog 3,5 dag, haar man werkt drie dagen.
Maruscha van de Weerdt (37) is moeder van zoon Tom (7), met klassiek autisme en dochter Robin (5), met een angststoornis (selectief mutisme). Ze was hoofd binnendienst bij het ministerie van Sociale Zaken en werkt sinds de geboorte van Tom niet meer buitenshuis. Haar man werkt voltijds.

Stelling 1: Werken betekent nu iets anders voor mij dan vroeger.

Mariske: ‘Ik moet veel meer regelen om te kúnnen werken en voor Sep is goede opvang regelen ingewikkelder. Toen bleek dat Sep zorgintensief is, zei een maatschappelijk werkster uit het ziekenhuis: “Dit heeft gevolgen voor je carrière.” Intussen begrijp ik waarom. Vóór Sep was ik ambitieuzer. Zonder hem zou ik sneller nadenken over de volgende groeistap of verdiepende training. Ik kan minder gaan voor mijn eigen ontwikkeling, ben al blij dat het zo lukt. Tegelijkertijd heb ik meer. En ik kan beter relativeren. Als zelfstandige kan ik mijn werk eenvoudiger rond Sep plooien dan mijn man in loondienst. Dat levert weleens spanningen tussen ons op.’
Lilian: ‘Die spanningen heb je ook met een gezond kind. Je moet gewoon groeien in de moederrol en de taakverdeling.’
Wikke: ‘Nee, met gezonde kinderen vind ik het echt anders. Met hen hoef je niet ziekenhuis in, ziekenhuis uit; zij kunnen in nood even bij een vriendje terecht.’
Lilian: ‘Anna hoeft niet vaak naar een ziekenhuis, dat zal schelen. Maar ik houd wel meer rekening met haar. Soms stopt ze met ademen, valt weg, en tot nu toe komt ze altijd weer bij. Maar er kan een dag komen… Voor je gewone kind met griep spring je in de auto; voor je zorgintensieve kind rij je twee keer zo hard.’
Maruscha: ‘Ik was blij dat ik al met werken was gestopt toen de problemen van onze kinderen duidelijk werden. Tegen mij zei een hulpverlener juist: “Je zou willen dat je werkt.” Nu merk ik inderdaad dat werken goed zou zijn. Even alle problemen thuis loslaten.’ Wikke: ‘Of komt je behoefte aan werk door de herhaling thuis, doordat dingen steeds terugkomen?’
Lilian: ‘Wéér die luier verschonen.’
Maruscha: ‘Nee. Het was nog maar net duidelijk wat er met Tom aan de hand was en hoe we daarmee om moesten gaan en toen ontdekten we Robins angststoornis. Ik hád niet eens kunnen werken in die periode, alles was zo heftig en nieuw. Inmiddels snap ik de term nervous breakdown. Ik voelde me alsof al m’n zenuwen overprikkeld waren – je trekt het niet eens meer als iemand je zomaar aanraakt.’
Lilian: ‘Je leeft op je reserves. Je moet een tankstation hebben, ergens energie opdoen. Voor mij is dat werk.’
Maruscha: ‘Het lijkt me al heerlijk om weer onderdeel van een team te zijn en met zijn allen iets neer te zetten. Maar zonder mij eet Robin niks, op school spreekt ze niet, bij vriendinnen spelen durft ze niet. Overblijven of naschoolse lukt daarom niet, dus ik zal werk moeten zoeken onder schooltijd. Natuurlijk krijg ik dan nooit een baan als leidinggevende met twintig man onder me, zoals ik vóór de kinderen had.’
Mariske: ‘Ik wilde vier dagen blijven werken, want ik was net voor mezelf begonnen en dat liep goed. Wel twijfelde ik toen mijn moeder vorig jaar overleed. Zij deed ontzettend veel voor ons. Ik dacht: zonder haar lukt het nooit. Vooral het gemis van iemand die vanuit liefde voor mij en de kinderen betrokken is, meedraagt hoe het soms is. Praktisch heb ik het uiteindelijk best kunnen regelen. Ik vraag en accepteer makkelijker hulp.’
Maruscha: ‘Ik wil weer aan het werk omdat ik waardering mis.’
Wikke: ‘Gewoon lekker geinen met collega’s. Even geen moeder zijn.’
Lilian: ‘Overdag ben ik vrijwel niet met de kinderen bezig, dan ligt de focus op mijn werk. Dat komt ook doordat ik regel dat ze in goede handen zijn.’
Maruscha: ‘Zijn er dan geen momenten waar je eigenlijk bij hun had moeten zijn?’
Lilian: ‘Nee. Behalve als ik op mijn vrije dag toch dat werktelefoontje doe. Even een dvd kijken vindt Anna leuk hoor, maar ik vind dat ik die dag lekker met haar moet spelen.’
Maruscha: ‘Op het schoolplein zie ik dat het bij het overblijven soms helemaal niet goed gaat met kinderen. Heel sneu. Ik kan me er niet overheen zetten dat het met mijn kind ook zo zou gaan – en ik dat misschien niet eens weet.’

Stelling 2: Zonder zorgintensief kind zou ik (meer) werken

Lilian: ‘Ik zou meer carrièregericht en ambitieuzer zijn. Dat red en wil ik nu niet. Maar de keus om vier dagen te gaan werken, had ik al gemaakt bij de eerste, die gezond is.’
Maruscha: ‘Ik zou absoluut werken. Onverwachte dingen zijn met Tom veel moeilijker op te lossen. Laatst was ik ziek en had ad hoc geregeld dat hij met de vaste oppas mee kon. Dat werd een drama.’
Wikke: ‘In 2008 promoveerde ik als dierenarts, in 2010 werd ik Europees specialist en werkte voltijds. Sinds Jip gaat dat niet meer. Met mijn huidige werkweek houd ik nauwelijks tijd over voor onderzoek en publicaties. Ik geef vooral les, terwijl ik wetenschappelijk onderzoek leuker vind. Voordeel is dat ik me kan afreageren op de studenten… Tijdens de zwangerschap hebben we prenataal onderzoek gedaan om een gehandicapt kind te voorkomen. Ik had goud, met vier gezonde jongens. Maar dankzij die ziekenhuisinfectie is het allemaal anders gelopen. Niet alleen de combinatie zorg en werk kost veel energie, ook die pgb-aanvragen, verbouwingen die worden geweigerd en die ik aanvecht. Mijn carrière staat stil. Soms weet ik het niet meer, als ik tóch stilsta, waarom zou ik dan niet minimaal werken, puur voor het inkomen? Want als je bejaard bent, zijn toch je man en kinderen het belangrijkst. Tegelijkertijd wil ik iets bereiken. En Jip herkent ons bij periodes nauwelijks, dus dan denk ik: of hij nou hier huilt, wat hij sommige dagen urenlang doet, of op de crèche… Vervelend is ook dat ik mijn flexibele werkgever dankbaar moet zijn, dat ik bij afwezigheid druk leg op de andere teamleden. Ik voel me permanent schuldig. Richting mijn werk of mijn gezin.’
Mariske: ‘Daarom vind ik het zelfstandig ondernemerschap fijn. Als Sep veel in het ziekenhuis moet zijn, kan ik minderen, op andere momenten werk ik meer.’
Lilian: ‘Mensen vragen weleens waarom ik niet thuis ga werken.’
Wikke: ‘Jááá, waarom begin je geen leuke webwinkel in kinderkleertjes?!’
Lilian: ‘Terwijl ik ervan overtuigd ben dat wij de opvang van ons kind veel beter monitoren, juist doordat we een zorgintensief kind hebben. Wie voert op de naschoolse regelmatig een gesprek? Ouders laten hun kind de hele dag in blind vertrouwen op school achter. Wij zijn veel alerter en kieskeuriger.’
Wikke: ‘Ben jij niet bang dat je met gezonde kinderen was doorgeracet in je carrière? Nu denk ik ’s middags: er ligt ijs, hup, naar huis, ik ga schaatsen met m’n jongens. Dat had ik anders niet gedaan, denk ik.’
Maruscha: ‘Daarom zou ik dus geen drukke baan kiezen. Ik wil er nog wel zijn voor ze. Daarmee offer ik mezelf voor een deel op, want dat is nu nodig.’
Lilian: ‘Hoezo? Je hoeft niet per se bij je kinderen te zijn om goed voor ze te zorgen. Ben ik met etenstijd niet thuis, dan zorg ik dat er wat gezonds klaarstaat dat alleen nog de oven in hoeft. Kan de oppas zich met de kinderen bezighouden.’
Mariske: ‘Ik zou niet meer of minder werken als ik geen zorgintensief kind had. Vier dagen is mooi om iedereen, ook de andere kinderen, tot hun recht te laten komen. Wel zou ik meer investeren in mijn netwerk en persoonlijke groei. Hoewel een collega vindt dat ik voor jaren training en opleiding achter de rug heb door wat ik van mijn thuissituatie meekrijg. In zekere zin is dat waar.’

Stelling 3: Mijn kind ontslaat mij van de plicht om me maatschappelijk nuttig te maken

Lilian: ‘Daar gaat het helemaal niet om. Ik geef mijn werk niet op omdat ik graag werk.’
Wikke: ‘Ook niet als je acht miljoen wint?’
Lilian: ‘Nee. Wel zou ik dan mijn dochter na haar 18e toch thuis houden. Met een voltijds verpleegkundige aan huis.’
Wikke: ‘Zou je je huidige baan behouden?’
Lilian: ‘Als ik die in drie dagen kan uitvoeren… Misschien zou ik meer vrijwilligerswerk gaan doen, maar ik zou wel bezig blijven. Geld is niet mijn drijfveer. Al het geld van de wereld kan mijn dochter niet beter maken, ook niet als ik thuis blijf.’
Wikke: ‘Tijd zou ik willen kopen, vrijheid. Een jacuzzi in de tuin, met het hele gezin in het warme water… Ik zou bij wijze van spreken buschauffeur kunnen worden. Iets doen, maar zonder druk. Hoewel, dat is ook niet waar. Want zou Jip over een paar jaar overlijden, dan zou ik toch weer richting top willen als wetenschapper.’
Mariske: ‘Je wilt je kwaliteiten kunnen inzetten.’
Lilian: ‘Naast mijn werk ben ik ook maatschappelijk actief, voor de Rett Syndroom Vereniging. Vanuit het idee: als ik dan toch hersenen heb, laat ik ze dan ook maar voor anderen inzetten.’
Maruscha: ‘Ik heb als vrijwilliger onder meer een lotgenotengroep opgericht voor kinderen met autisme. Juist doordat ik niet werk, kan ik zoiets doen. Ik vind de stelling dus geen hout snijden. Het is juist andersom. Ik zou veel druk op opvang en onderwijs – de maatschappij – leggen als ik níet thuis bleef.’

Stelling 4:  Mijn omgeving begrijpt vaak niet waarom ik (niet) werk.

Wikke: ‘Ik vind het belachelijk dat tegen mij wordt gezegd: “Goh, werk je nog zóveel?” En tegen mijn man: “Wat goed dat je minder werkt.” Commentaar van de moedermaffia. Van die thuiszittende moeders die avondenlang geweldige verjaardagtraktaties in elkaar zetten voor op school.”
Maruscha: ‘Zo’n moeder als ik.’
Wikke: ‘Niet dat ik dat niet leuk vind. Maar ik ben al blij dát we een traktatie hebben gekocht en ‘de bende van Van den Enden’, zoals we te boek staan, nog net om half negen over de drempel van de school struikelt. Van ons snappen mensen niet waarom het zwaar is, wij besteden Jip toch veel uit? Ze vergeten dat een dag volgt op een nacht. Waarom ik hem niet uit huis plaats, vragen ze me weleens. Ik hoop dat hij op zijn 18e overlijdt, dan hoeft hij dat niet mee te maken. Hij zou in een tehuis meteen een maagsonde krijgen, terwijl eten een van de weinige dingen is waar hij zichtbaar van geniet. Maar hem voeren kost uren.’
Lilian: ‘Veel kennissen en mensen uit mijn werkkring weten niet eens dat ik een zorgintensief kind heb.’
Maruscha: ‘Echt?’
Lilian: ‘En wie het wel weet, kan zich niet voorstellen dat we nog zo veel doen, zoals haar mee uit eten nemen. Zeggen ze: “Goh, dat je met haar in de stad blijft wonen.” Hoezo? Moeten we diep verstopt in de bossen gaan wonen dan? Praktisch, hoor! Alleen heel goede vriendinnen begrijpen onze situatie.’
Mariske: ‘Het gaat langs me heen wat buitenstaanders denken, ik heb daar niets mee.’
Maruscha: ‘Ik ben intussen zover dat ik denk: óf iemand levert een positieve bijdrage, of niet. En laat dan maar.’

Stelling 5: Bij ons thuis was het meteen duidelijk wie er minder zou werken.

Lilian: ‘Ik heb – los van Anna’s handicap – altijd gezegd: krijg ik kinderen dan wil ik ook minder werken. Dat betekent niet dat mijn man moet minderen.’
Wikke: ‘Wij hoeven daar geen vaststaand besluit over te nemen. Als ik een heel uitdagende functie kan krijgen, zou ik meer gaan werken en mijn man nog minder.’
Mariske: ‘Mijn man had al een zoon, dus hij zorgde al. Daarin is weinig veranderd.’
Maruscha: ‘Ik vraag me af hoe het met al die schoolvakanties moet als ik zou werken. Mijn man werkt voltijds, met lange reistijden en kan niet minderen. Dat zou wel moeten. Maar daar ga ik het pas over hebben als het zover is.’
Lilian: ‘Dat hij niet minder wil of kan werken, is dat het effect van dat jij bent gestopt? Hij zit nu in zo’n comfortabele situatie.’
Maruscha: ‘Misschien.’
Lilian: ‘Mijn man kan gerust opbellen met de mededeling dat hij later is. Terwijl we allebei uit Amsterdam moeten komen en ik wel om half zeven thuis kan zijn.’
Wikke: ‘Dat herken ik helemaal niet. Mijn partner doet heel veel. Op zijn vrije dagen is hij degene die het riedeltje fysiotherapie, ergotherapie en logopedie afwerkt. Dat heeft-ie zelf zo geregeld.’
Lilian: ‘Ik heb wel geleerd hem ruimte te gunnen om de zorg op zijn manier te doen. Of die luier nou andersom zit of niet, als er maar een om zit.’

Dit dossier verscheen eerder in Lotje&co editie 7. [/sociallocker]

Geef een reactie

site De Heren Van

Pin It on Pinterest