Blog Lotjes keukentafel

kort verhaal: een zeehond genaamd mayim

ernstig gehandicapte dochter

Dit korte verhaal is een voorpublicatie uit het boek Water, een roman over het leven en de uitdagingen van Mayim, de ernstig gehandicapte dochter van Michelle en Marcel. Marcel schrijft samen met Mayim dit boek. Marcel interviewt Mayim elke eerste zondag van de maand over gebeurtenissen in haar leven. Marcel schrijft dat op. Het boek is het levensverhaal van een klein meisje dat opgroeit, in volle besef van haar lichamelijke en verstandelijke beperkingen, tot een interessante jonge vrouw. Iemand die de wereld op haar eigen wijze beschouwt. Mayim is de verteller, ze zou namelijk ook niet anders willen. Haar vader helpt haar bij de formuleringen, de chronologie, context en taal. Tenslotte is dat zijn vak. Mayim heeft een broer, Machiel. Hij doet van nature ontzettend veel met haar. Dit boek valt onder de noemer ‘autobiografische roman’. Het zal zeker nog twee jaar duren voordat het af is. Dan is Mayim 21 jaar en wordt het uitgegeven.

TEKST Marcel & Mayim Kolder
Het boek start zo:

De dag dat mijn leven van koers veranderde was ongeveer zes maanden voor mijn geboorte. Op vierentwintig juni negentienachtennegentig in Portugal. Op die dag veranderde er iets binnen in mij. Ik wist wat er aan de hand was, mijn ouders nog niet.
En juist op haar verjaardag zei mama tegen papa: ‘Marcel, ik voel haar niet bewegen.’
‘Natuurlijk voel je haar nog niet bewegen, je bent net drie maanden zwanger schat. Over een maand is het anders.”
‘Luister Marcel, bij de zwangerschap van Machiel had ik niet zo’n raar voorgevoel. Ik ben bang. Als we terug zijn van vakantie wil ik meteen weer een echo.’
‘Je maakt je zorgen om niets, Michelle. Meisjes zijn nu eenmaal verschillend van jongens. Kleine vrouwtjes bewegen van nature minder.’

Het volgende verhaal speelt zich af op het moment dat Mayim 14 is.

‘Mayim,’ hoor ik nog half in slaap mijn broer roepen. ‘Wakker worden, de post bracht een brief uit Terschelling.’

Je moet weten dat ik spastisch ben en als ik ‘s nachts niet bewogen heb, ben ik helemaal stijf en reageer niet zo snel. Dat weet Machiel. Hij maakt me ’s morgens altijd aan het lachen door me in mijn zij te kietelen en dan schokken mijn stijve ledematen alle kanten op. Als ik eenmaal heb bewogen en in mijn rolstoel ben getild gaat het een stuk beter. Machiel is een fijne broer, hij helpt me met allerlei dingen, ook als ik bijvoorbeeld moet eten of drinken.

‘Okay, Machiel, lees voor.’
Ik kan die brief niet zelf openmaken, dus hij doet het voor me. Het is een brief geschreven in statige krulletters, dat zie je niet veel meer.

‘Lieve Mayim. Ik heb het afgelopen jaar jouw tweets gelezen en ik begrijp dat je liefste wens is om zeehondjes los te laten. Nu ken ik iedereen die met zeehonden te maken heeft en … ik heb een verrassing voor je, je mag ze komen loslaten in de meivakantie. Je mag dan samen met je vader, moeder en broer komen logeren in mijn huis op het duin. Lieve groet, Tina.’

‘Oh, Tina, dank je wel. Wat ben jij lief. Ik hou van je,’ roep ik naar de brief. Ik klap mijn handen van plezier. Mijn spastische handen staan altijd iets naar buiten gebogen. Het lijken wel de flappers van een zeehond, denk ik opeens.

lopen is een stuk makkelijker

De eerste zaterdag van mei reizen we met de hele familie naar Terschelling. Het voorjaarszonnetje schijnt, er waait een straffe wind. We zijn op pad naar de plek waar de zeehonden worden vrijgelaten. Papa duwt mijn rolstoel via een zanderig en kronkelig duinpad naar de zee. Ze noemen dit het Groene Strand, een kuststrook tegenover de zandplaat waar de meeste zeehonden op verblijven. Opeens houdt hij op met duwen.

‘Wat een rotklus,’ zegt hij. ’Ik doe het niet meer, het zand kan van mij een oplawaai krijgen.’
‘Nog een paar honderd meter, even doorzetten,’ moedig ik hem aan. Dat zeggen ze ook wel eens tegen mij, even doorzetten.
Hijgend staat hij achter mijn rolstoel, hij heeft net vijfhonderd meter door het zand geploeterd, hij is twee keer gevallen. Zijn shirt is doorweekt met zweet en zit vol zand. We hebben nog een flink stuk te gaan.

‘Misschien ben je wel een beetje te dik pappa,’ zeg ik vals.
‘Hou je mond,’ zegt hij.
‘Luister, ik heb een idee, als je nu eens mijn rolstoel trekt, achterstevoren, met de grote wielen voorop.’
En zo gebeurt het. Daar gaan we weer, op weg om jonge zeehondjes vrij te laten. Ik bedenk, die waggelen en hobbelen straks op dezelfde wijze op hun pootjes, als ik nu in mijn rolstoel.

Machiel en mama zijn allang op de plaats van bestemming, ze weten niets van die hele gedoe af met de rolstoel. Lopen is een stuk makkelijker.

‘Die zeehondjes zijn toch weesjes?’ vraag ik pap.
‘Ja, ze worden ook wel huilers genoemd.’
‘Zouden ze zich de zee nog kunnen herinneren?’
‘Ja, klein ding … ‘
‘Ik ben geen klein ding meer.’
‘Okay.’

Iedereen droomt weleens weg, maar bij mij gebeurt dat vaker. Ik kijk naar de vogels in de lucht, naar de zeemeeuwen. Wat een enorme vogels zijn dat en wat een verschil met die kleine steltlopers langs de waterlijn. Ze pikken de hele tijd in het natte zand op zoek naar garnalen of schelpdieren.

Papa tikt me aan: ‘He, dromer, we zijn er bijna.’ Hij noemt me vaak zijn kleine dromer, want soms raak ik even een paar minuten verdwaald in mijn gedachten, dan weet ik niet eens meer waar ik ben, dat hoort bij mijn epilepsie.

Achter de volgende zandduin ligt ons reisdoel, het brede strand waar de zeehonden worden vrijgelaten.

een zeehond genaamd Mayim

De vrachtwagen van de zeehondencrèche komt al aanrijden en nadert de zee tot op vijf meter. De wagen rijdt tot vlak voor ons. Op de aanhanger staan zeven grote kratten, met de namen van de zeehondjes erop. Twee mannen springen uit de auto en tillen de kratten van de aanhanger. We zijn nu zo dichtbij, dat ik tussen de spijlen door de zeehondjes kan zien, ze bewegen heen en weer. Ik zie hun neuzen snuffelen tussen de houten planken, ze ruiken het water, en ik zie hun grote verwonderde ogen.

Een van de mannen staat te gebaren naar ons. ‘Kom, kom.’ Op de zijkant van elke kist is met tape een velletje papier met de naam van de dieren geplakt. In de eerste kist zit de dikste zeehond met de naam Strong. Daarna komen de anderen, en tenslotte de laatste zeehond waar het zeehondje Mayim in zit. Ja, die is naar mij vernoemd, dit is gaaf. De kisten worden langs de kustlijn opgesteld. Samen met pappa tilt een van de mannen me uit de rolstoel en zet me bovenop de kist waar het zeehondje Mayim in zit. Ik mag zelf de houten schuif aan de voorkant omhoog doen.

‘Een, twee, drie, hup Mayim, naar de zee.’
En ja hoor, na wat gehobbel door het zand plonst zij het water in, tegelijkertijd doen de mannen samen met Machiel en mama de andere kisten open, daar gaan ze, waggelend naar de branding, kopje onder, en met ze allen zwemmen ze naar de eerste zandplaat voor de kust, hun zeehondeneiland.’

‘Zeehonden zijn veel sneller in het water dan op het strand, zegt papa. ‘De lijfjes van zeehonden zijn gemaakt voor het water.’
‘En mijn lijfje, waar is dat dan voor gemaakt?’ zeg ik.
Het lijkt wel of hij geen antwoord heeft, het blijft stil.
‘Daar moet ik over nadenken,’ zegt hij tenslotte.
Mama en Machiel zijn er bij komen staan.
Machiel zegt out of the blue: ‘Voor het geluk.’

Lees ook: hoe Mayim midden in Amsterdam een hele tijd kwijt was

Lotje&co gelooft in de kracht van het verhaal. Lees je graag de verhalen die we delen, schrijven en zoeken? Word dan vriend en steun ons hierin.

Geef een reactie

site De Heren Van

Benieuwd naar de rest van het verhaal?

Lees dan rustig verder. Wij willen met onze verhalen zoveel mogelijk mensen bereiken, en zo gezinnen met een zorgintensief kind ondersteunen.

Maar dit kunnen wij alleen doen dankzij betalende lezers. Draag jij ons werk een warm hart toe? Doneer eenmalig of word trouwe vriend van Lotje!

>>Sluit deze pop-up om eerst verder lezen

word vriend

  • Ik word trouwe vriend
  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.

Pin It on Pinterest