Blog Lotjes keukentafel

geef hem maar een weekje mee

23 november 2017
opmerkingen autisme

Voor mensen die gewend zijn om normale opvoedtechnieken met succes toe te passen, zijn onderstaand voor de hand liggende gedachten, als ze de ouder van een kind met autisme zien worstelen.

TEKST Ingrid Bilardie

‘Geef hem maar een weekje aan mij, dan is het zo over.’
‘Je verwent hem te veel.’
‘Je danst naar zijn pijpen, geen wonder dat hij een loopje met je neemt.’
‘Je bent te beschermend.’

En voor veel ouders van kinderen met autisme zijn het de meest irritante opmerkingen die ze te horen kunnen krijgen. Want juist dat is een dagelijkse worsteling: ‘Geef ik hem niet te veel zijn zin, doe ik het wel goed, maak ik het probleem niet erger zo?’

Kinderen met autisme moeten met andere problemen leren omgaan, dan de meeste kinderen.

Ik noem er een paar.
* Rigide denken: het ging eergisteren zo, het ging gisteren zo, het moet vandaag ook precies zo gaan.
* Oorzaak – gevolg niet zien en dus de straf niet aan de misdaad koppelen: waarom mama boos wordt en ze op de gang moeten weten ze niet, wat ze wel weten is dat ze nu heel bang en onzeker zijn: blijkbaar kan je zomaar straf krijgen.
* Een lage frustratiedrempel: dat wil zeggen dat je snel je geduld verliest als de dingen niet helemaal gaan zoals je in je hoofd had (daar is het rigide denken weer).
* Kinderen met autisme begrijpen hun eigen emoties niet goed en kunnen zich volledig verliezen in het moment. Met emoties van anderen hebben ze nog meer moeite: wat betekent dat gezicht, dat gedrag, wat betekenen die woorden?
* Kinderen met autisme nemen wat gezegd wordt vaak letterlijk. Natuurlijk kan je ze leren dat ‘je kan het dak op’ overdrachtelijk is, want dat is een vaste uitdrukking. Maar een leraar die zegt ‘O, nou, misschien wil jij het even komen uitleggen’, tegen een kind dat door de les heen praat, moet er niet raar van op kijken dat dit letterlijk genomen wordt. Het kind staat op en komt het voor de klas even uitleggen. De leraar kan dit als heel brutaal ervaren.

Dit is veel ingewikkelder om aan een kind te leren dan: praat met twee woorden, zeg gedag voor je weggaat, schreeuw niet als je in de winkel bent. Soms moet je rechtstreeks ingaan tegen alles wat je ooit geleerd hebt over het opvoeden van kinderen. Dat vergt kennis, geduld en lef.

* Moet je boos worden, als ze perse willen dat alles vandaag hetzelfde gaat als gisteren?
* Hoe moet je boos worden, als ze een straf als ‘even in de koele rustige gang’ als een beloning ervaren?
* Moet je boos worden als ze niet snappen dat jouw gedrag zegt: ik ben boos? Ik moest het letterlijk zeggen: mama is nu boos. En dat moest ik kalm en rustig zeggen, anders verstonden ze me niet.
* Is een standje terecht als het kind letterlijk heeft gedaan wat je vroeg?

Ouders van kinderen met autisme zijn dus al heel onzeker over hun opvoeding en er heel bewust mee bezig. Doe ik het wel goed, wat doe ik fout, waarom werkt het niet?

Die lage frustratiedrempel bijvoorbeeld

Toen Oudste zes was, werd hij vreselijk overvraagd op de reguliere basisschool waar hij heen ging. Dat wist ik niet, want ik wist nog niets over autisme.

Wat ik wel wist, was dat ik ’s morgens een totaal ander kind had, dan ’s middags. Als ik ’s morgens vroeg: ‘Pak je tas en je schoenen maar,’ dan deed hij dat. Vroeg ik het ’s middags, dan volgde een ongekende woede-uitbarsting die totaal niet in verhouding was met wat ik vroeg. Schreeuwen, trappen, rood hoofd, meppen, schuim op de mond, tot flauwvallen aan toe. En volstrekt niet meer aanspreekbaar. Als ik hem aanraakte werd het nog erger, als ik hem niet aanraakte was hij in staat om in die blinde woede met zijn hoofd ergens tegenaan te slaan.

Bizar, toch?
Wat deed ik nou fout?
Waarom mislukte alles wat ik deed? Ik maakte mijn kind stuk! Ik had geen idee hoe ik dit moest aanpakken! Ik vond mezelf een totaal ongeschikte moeder. En ik droomde nog wel over omscholing tot leraar! Wat een giller. Ik kon mijn eigen kind niet eens opvoeden.

Ik wist niet dat Oudste ’s middags al zo moe was, dat het verwerken van tas EN schoenen echt een opdracht teveel was. Toen ik de opdrachten kleiner maakte, ging het al beter. ‘Pak je tas. Pak nu je schoenen.’

Oudste vertoonde nog meer claimend gedrag: hij wilde nu een koek, nu een potlood, nu verf, nu klei, nu hulp met de autootjes. Natuurlijk probeerde ik hem wel steeds langer te laten wachten voor ik hielp, maar steeds langer was nog steeds kort. Secondenwerk, was het. Duurde het te lang: blinde woede. En als het koekje stuk was, was het huis te klein. Een nieuwe! Onmiddellijk!

Ons buurmeisje vertoonde dit gedrag niet.
Duidelijk dat haar moeder iets goed deed, en ik deed iets fout.
Maar wat? Wat?
Dat claimen zie ik nu, nu ik wel iets weet over autisme, bij Jongste (12).
‘Mama!’ roept hij.
Het klinkt al dwingend en nog voor ik opsta is het weer: ‘Mama!’

Als ik naar hem toeloop, is er vrijwel altijd iets kleins aan de hand: of ik moet iets moois bekijken, of hij heeft hulp nodig bij iets wat hij volgens mij al heel goed zelf kan.

En nu weet ik het.
De dwang in zijn stem is de boosheid die hij voelt over mij nodig hebben. Het is de paniek of iemand hem wel zal komen helpen. Het is de hulpeloosheid over het niet onder controle hebben van zijn eigen situatie.

Duurt het te lang voor ik kom, bijvoorbeeld omdat ik eerst bij Oudste netjes moet afronden wat ik met hem aan het doen ben: totale chaos. Het mama-mama wordt steeds dwingender, hij gaat met spullen gooien, schreeuwen, rennen en uiteindelijk huilen. Net zoals Oudste deed, toen ik nog niet wist wat ik deed.

Lastige materie!
En een lange leercurve voor de ouders.
Ik wil Jongste nu graag het claimen afleren en hem een hogere frustratiedrempel geven.

Inmiddels heb ik geleerd bij de oudertraining, door veel te lezen over autisme en door goed te kijken naar beide kinderen, hoe ik zulke dingen aan moet pakken.

Eerst moet ik goed in mijn eigen oren knopen dat dit grote kind niet echt 12 is, maar in veel opzichten pas 5. Met een kind van 5 heb je echt meer geduld en datzelfde geduld heeft hij nodig. Ook al zeggen mijn hersenen: dat is geen peuter, dat is een puber!

Daarbij moet ik bedenken, dat dit kind helemaal niet in staat is om zo berekenend aan het drammen te zijn. Als hij uitgerust en relaxt en ontspannen is, komt hij met plezier zelf zijn koekje halen, kan hij heel zelfstandig zijn iPad zoeken en zelf een waterflesje vullen.

Het is niet persoonlijk
Hij heeft het niet op mij gemunt. Hij doet het niet om me te pesten. Op zulke momenten is Jongste zichzelf kwijt en zit er iemand anders op de plaats van de piloot: iemand die alleen nog reageert op instinct: ‘Ik wil het en ik wil het nu.’

Ik vraag dus of hij het zelf kan doen, als ik inschat dat hij het zelf kan doen.

En ik maak er geen woorden aan vuil, als ik zie dat hij al overprikkeld is. Het is niet persoonlijk, niet op mij gericht. Het is een probleem in zijn hoofd.  Wat hij nodig heeft is veiligheid, duidelijkheid en tijd om te groeien.

En dat werkt
Langzaam maar zeker leert hij om op zijn beurt te wachten, zonder in paniek te raken. Als andere mensen een glimp van opvangen van dit claimende gedrag begrijp ik dat ze iets anders zien dan ik. Het lijkt op zeuren, drammen, verwend zijn. Bij andere kinderen zou je inderdaad streng de lijn trekken: ‘En nu is het over met die onzin en ga je gehoorzamen.’

‘Geef hem maar een weekje aan mij, dan zal ik hem wel zeggen dat het over moet zijn met die onzin.’

Trust me, elke ouder van een kind met autisme zou graag willen dat die huis-tuin & keuken aanpak werkt. Maar hij werkt niet. Hij maakt het erger. Zelfs als je op korte termijn succes boekt, is het gevolg op lange termijn akelig. Door het onveilige gevoel, wordt de frustratiedrempel weer korter.

Wat nodig is, is genoeg tijd, genoeg duidelijkheid, genoeg oefening, ervaring, uitleg. Herhalen, herhalen. Met liefde en geduld , met wanhoop en tranen en met vallen en opstaan. En alle knap-uit-je-vel driftbuien die zowel ouder als kind kunnen krijgen. En alle schuldgevoelens die daarbij komen kijken.

Als je dat een weekje wilt overnemen: yes, graag, kom maar op.

Begrip of eigenlijk onbegrip is wat Linda ook zo goed kent.

Om begrip te krijgen moeten we als ouders zichtbaarder worden. Ook daarom is lid worden een goed idee.

samen maken we Lotje mogelijk

Geef een reactie

site De Heren Van