interview

‘Kinderen moeten gewoon naar school kunnen’

17 juli 2017
portret Dullaert
FOTO Vincent van den Hoogen

Oud-Kinderombudsman Marc Dullaert (53) zet zich tegenwoordig in voor duizenden thuiszitters die onderwijs moeten missen. Daarom toert hij langs 41 gemeenten in het land. ‘Beleid, procedures, het zal allemaal wel. Het gaat erom hoe we het kind gaan helpen.’

TEKST  Malou van Hintum FOTO Vincent van den Hoogen

U bent aanjager van het Thuiszitterspact. Wat doet een aanjager?
‘Ik zei meteen na dat telefoontje tegen mijn vrouw: ik weet niet eens wat een aanjager is! Toen staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker me belde, hoorde ik voor de eerste keer van het pact. Hij zei: “We hebben een heel bijzonder pact getekend dat nu van de grond moet komen. De essentie ervan: in 2020 mag geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszitten en moet elke thuiszitter een passend onderwijsaanbod hebben gekregen.” Dat was alles. Het was alsof ik weer met de Wet Kinderombudsman in de hand stond. Toen was er ook geen enkele aanwijzing, alleen de boodschap “Begint u maar”.’

Hoe bent u begonnen?

‘Ik ben drie maanden lang overal in het land op bezoek geweest om te kijken wat er gebeurt. Van Roosendaal tot Leeuwarden heb ik ouders gesproken, docenten, leerplichtambtenaren. Ik ben gaan kijken op plaatsen waar het goed gaat met thuiszitters, en op plaatsen waar het minder goed gaat. Zo kwam ik erachter dat het echte werk in de gemeenten moet gebeuren.’

Waarom zijn de gemeenten zo belangrijk?
‘Als je het aantal thuiszitters succesvol naar beneden wilt krijgen, zul je een brug moeten slaan tussen onderwijs en zorg. De budgetten daarvoor zitten op verschillende plekken. De passend-onderwijsbudgetten zitten bij de samenwerkingsverbanden: po- en vo-scholen [passend- en voortgezet onderwijsscholen, red.] die binnen een regio samenwerken om elk kind een passende onderwijsplek te kunnen geven. De zorgbudgetten zitten bij de gemeenten. Alleen al vanuit de financiering ligt daar een kloof; er wordt niet altijd even goed samengewerkt, en dan druk ik me vriendelijk uit. Dat heeft trouwens weinig met onwil te maken, maar vooral met het feit dat die budgetten organisatie-technisch en financieeltechnisch gescheiden zijn. Die kloof moet overbrugd worden.’

En lukt dat?
‘Ja! Ik heb de verschillende partijen samen aan één tafel weten te krijgen. Vijf maanden geleden zat ik met honderd mensen uit de zogenoemde G4 – de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht – bij elkaar. Ze kwamen vanuit het posamenwerkingsverband, het vo-samenwerkingsverband en de gemeentelijke zorg. Drie partijen per gemeente, waarvan sommige mensen elkaar kenden, maar andere ook helemaal niet. Uiteindelijk resulteerde dat na een paar overleggen in een werkgroep van vijftien mensen en hebben we in februari een historisch akkoord gesloten, waarin we onderwijs en zorg aan elkaar hebben geklikt.’

Wat houdt dat akkoord in?
‘We willen binnen drie maanden voor elke thuiszitter een passend-onderwijsaanbod, passende zorg én een daadwerkelijk beschikbare onderwijsplek. Daarnaast hebben we drie kwantitatieve doelstellingen afgesproken. Het aantal thuiszitters, kinderen die ingeschreven staan op school, willen we terug naar nul in 2020. Het aantal absolute verzuimers, kinderen die niet ingeschreven staan, willen we tot 2020 met 75 procent afbouwen. En het aantal vrijstellingen willen we met 10 procent per jaar afbouwen.’

Zijn met deze doelstellingen alle kinderen in het vizier?
‘Nee. De langdurig zieke kinderen, die meer dan zes weken thuis zitten, vind je in geen enkel registratiesysteem terug. Maar ook kinderen die geschorst zijn van school verdwijnen van de radar. Ik heb daarom gepleit voor een eenduidig registratiesysteem en vaste ijkmomenten, om ook op die groepen zicht te krijgen. Waarom verzuimen sommige kinderen regelmatig? Zijn ze vaak ziek, is er thuis bonje? Als we daar meer inzicht in hebben, kunnen we daarop sturen en proberen te voorkomen dat kinderen uitvallen.’

U klinkt enorm gedreven. Waarom raakt u dit zo?
‘Kinderen zijn heel divers en hebben heel specifieke leerbehoeftes. Daarom is maatwerk nodig, zodat zoveel mogelijk kinderen een plek in het reguliere onderwijs kunnen krijgen. De kinderen die daar echt niet passen, kunnen naar het speciaal onderwijs; ook dat geldt als een passende onderwijsplek. Er ligt nu een wetsvoorstel dat het mogelijk moet maken tijdelijk particulier onderwijs in te kopen als er voor een kind geen passende onderwijsplek is, maar de betreffende regio moet een reguliere plek wel zo snel mogelijk regelen. Want kinderen moeten gewoon naar school kunnen. In een van de rijkste landen van de wereld, een land waar kinderrechten hoog in het vaandel staan, moet je niet willen dat zo veel kinderen maatschappelijk geïsoleerd en uitgesloten zijn. Want zo simpel is het: als jij geen toegang krijgt tot onderwijs, ben je ook maatschappelijk uitgesloten. Nu, en later. Daarom moet het kind centraal staan, los van alle regels die er zijn. Beleid, procedures, het zal allemaal wel. Het gaat erom hoe we het kind gaan helpen. Die inclusiviteit vind ik belangrijk.’

Wanneer lukt het om een kind dat langdurig thuiszit echt te helpen?
‘Dat is persoonsafhankelijk. In gevallen waar het goed gaat, zie je dat er altijd een charismatische wethouder, een sterke mevrouw van een samenwerkingsverband of een leerplichtambtenaar is die voor een kind door het vuur gaat. Er is altijd één trekker.’

U pleit voor inclusie, maar intussen hebben duizenden kinderen een vrijstelling. Betekent dit dat scholen hun plicht verzaken?
‘Voor sommige kinderen en ouders is een vrijstelling een opluchting. Er zijn kinderen die niet leerbaar zijn door heel ernstige medische handicaps, een heel erg laag IQ of een ernstige stoornis. In zulke gevallen besluit de arts samen met een leerplichtambtenaar om een vrijstelling te geven. Overigens wordt er nu veel meer gewerkt met tijdelijke vrijstellingen, van een jaar bijvoorbeeld, om te kijken of het alsnog mogelijk is met behulp van maatwerk een kind te laten instromen. Tegelijk laten de cijfers van de afgelopen drie jaar een wel erg sterke stijging zien van circa 3000 naar ongeveer 5500 vrijstellingen. Ik denk daarom dat ze te lichtvaardig worden afgegeven. Ik kan dat niet bewijzen, ik heb er geen onderzoek naar gedaan. Maar ik vermoed het wel als ik sommige casussen voorbij zie komen.’

Heeft u daar een voorbeeld van?
‘Ik ken voorbeelden waarvan ik denk: dit kind had naar school gekund als er de nodige zorg was geweest. Laat me een voorbeeld geven van hoe het wél kan. Een autistische jongen die van de basisschool naar het voortgezet onderwijs moest, zou een vrijstelling krijgen omdat hij een enorme angst had voor alle veranderingen. De school had na een aantal gesprekken gezegd “dit gaat niet werken”. Vervolgens hebben zijn ouders hem een tijdje drie keer per week in de auto langs het schoolgebouw gereden. Daarna hebben ze de school gevraagd hun zoon één uur per week in de klas te laten zitten. Dat zijn langzamerhand meer uren geworden, en nu zit hij voor honderd procent in de derde klas.’

Dat klinkt helemaal niet zo ingewikkeld.
‘Het heeft met mentaliteit en gezond verstand te maken. En vooral met willen.’

Is dat het grootste probleem waar u tegenaan loopt, het niet willen?
‘Heel veel scholen zetten alles op alles om leerlingen te plaatsen, maar er zijn evenveel scholen die kinderen weigeren met argumenten als “we zitten vol”, “we kunnen dit niet aan”. Als je langer met medewerkers van zulke scholen praat, hoor je dat ze bang zijn dat de resultaten onder druk komen te staan. De hoogte van de cijfers, het aantal geslaagden.’

Maar er is toch wel een formule die rekening houdt met de kenmerken van scholieren?
‘Van de Onderwijsinspectie mag er inderdaad een speciale weging worden toegepast als je kinderen met leerbeperkingen opneemt die de resultaten negatief beïnvloeden. Maar scholen zijn bang voor een aanzuigende werking. Ze zijn bang dat er wel tien kinderen willen komen als in de regio bekend wordt dat ze twee of drie kinderen hebben geplaatst die extra of andere aandacht vragen. En dat gebeurt ook. Daarnaast krijgen sommige scholen tegendruk van ouders die bang zijn dat hun kind onvoldoende aandacht krijgt als er nog meer “moeilijke kinderen” in de klas komen.’

Hoe overtuigt u scholen om zich in te spannen voor deze kinderen?
‘Ik vind dat scholen vanuit de inclusiviteitsgedachte alle kinderen een kans moeten geven. En het is ook goed voor andere kinderen om te leren dat niet iedereen hetzelfde is.’

Gaat u de drie doelstellingen uit dat historische akkoord halen?
‘Mijn aanstelling is eind juni afgelopen …’

Wat moet in juni gedaan zijn, wilt u gerust zijn op een goede afloop?
‘Er moet een goede structuur staan. De G4, met wie we dat historische akkoord sloten, dienen daarin als koplopers. Binnen elke gemeente moet er een multidisciplinaire groep mensen zijn die er, samen met hun wethouder, voor zorgt dat er een heldere structuur is met een duidelijke implementatieroute, zodat alle thuiszitters binnen de gestelde termijn een passende onderwijsplek krijgen aangeboden. Die groep bestaat uit mensen vanuit de po- en vo-samenwerkingsverbanden, de zorg, een leerplichtambtenaar, en indien nodig vertegenwoordigers vanuit de ggz en/of de scholen. Dat heeft straks hopelijk uitstraling naar andere steden, zodat zij dat goede voorbeeld zullen volgen.’

U begon met de grote steden, hoe zit het met de rest van het land?
‘Ik bezoek nu de middelgrote gemeenten, dat zijn er 37. Om hetzelfde te doen: partijen aan tafel brengen en laten zien dat samenwerken oplossingen brengt.’

Al dat werk krijgt u toch niet verzet met een aanstelling van één dag per week?
‘Het zijn er inmiddels twee, en ik werk er drie.’

Hoe zien die dagen eruit?
‘Ik zit de halve dag in de trein. Hartstikke gezellig, want veel mensen herkennen me nog als de vorige Kinderombudsman. Ze vragen me om advies over hun zoon, hun neefje, hun buurjongetje. Dat varieert van drugsverslaving tot onderwijsproblemen en huiselijk geweld, alles komt langs. Eigenlijk hou ik spreekuur in de trein, inclusief een doorverwijsloket.’

En wat doet u tijdens die andere helft van de dag?
‘Van de ene kant probeer ik dingen in beweging te zetten, van de andere kant laat ik me door allerlei mensen voeden. Ik spreek organisaties zoals Balans en Ouderkracht; ouders zijn vaak experts, ik probeer hen er daarom zo veel mogelijk bij te betrekken. Daarnaast spreek ik ook graag met wetenschappers. Zo kom ik net terug van de Hogeschool Rotterdam, waar een groot onderzoek wordt gedaan naar verschillende soorten verzuim. Als we daar inzicht in hebben, kunnen we uitval beter voorkomen.’

Hoe lukt het u om door de jaren heen zo gedreven te blijven?
‘Ik mag in deze functie niets doen met de casussen die ik over de mail binnenkrijg; ik verwijs ze naar het interventieteam op het ministerie. Maar in die verhalen van vlees en bloed ligt wel mijn energiepunt. Ik probeer mezelf te herkennen in die andere mensen. Dat je denkt: dat zou ook mijn probleem kunnen zijn. Ik heb een groot inlevingsvermogen.’

Had u dat als kind al?
‘Mijn ouders hebben zich altijd ongelooflijk veel zorgen over me gemaakt omdat ik een dromerig, heel afwezig kind was dat slecht aansluiting vond met anderen. Als ik tussen de middag uit school kwam, luisterde ik eindeloos vioolmuziek van Herman Krebbers. Op mijn veertigste kwam ik erachter dat ik hoogbegaafd was, en begreep ik mezelf veel beter. Ik heb mijn jeugd niet altijd als een gelukkige tijd ervaren. Ik voelde me geïsoleerd, had voortdurend een knoop in mijn maag. Ik denk dat ik er daarom extra gevoelig voor ben om kinderen een platform te bieden om hun verhaal te vertellen of een kans te geven.’

Dit interview verscheen eerder in Lotje&co editie 26.

Geef een reactie

MARC DULLAERT (53) is door staatssecretaris Sander Dekker tot en met juni 2017 voor twee dagen per week aangesteld als aanjager van het Thuiszitterspact. Hij maakte eerder met Dekker een plan van aanpak tegen pesten. Dullaert werd in 2011 de eerste Nederlandse Kinderombudsman. Hij richtte in 2003 met zijn vrouw KidsRights op, een internationale organisatie die zich op drie continenten inzet voor kinderrechten en die jaarlijks de Kindervredesprijs uitreikt. Marc Dullaert is vader van drie kinderen. Vriendelijk en dwingend, zo wordt Marc Dullaert omschreven door mensen die al met hem om tafel zaten. Lees hun ervaringen op lotjeenco.nl/dullaert.

Meer interview

Populair

Klik hier voor alle Lotje&co bloggers

Misschien vind je dit ook interessant

site De Heren Van