Blog Lotjes keukentafel

hoe leven zorgintensieve kinderen in Marokko?

Marokkaans kindertehuis
22 maart 2018

Hayat, advocaat en columniste bij de Volkskrant schreeft een column over zorgintensieve kinderen in de Marokkaanse gemeenschap. Die mochten we plaatsen. Ook voor dit vervolg, over haar bezoek aan een kinderhuis in Marokko, kregen we haar toestemming.

Een tijdje geleden schreef ik een column over mijn vraag hoe Marokkanen omgaan met fysieke en psychische afwijkingen en dat ik de indruk heb dat daar (nog) een taboe op rust. Eén van de reacties die ik daarop kreeg, was van een lezeres die me attendeerde op het kinderhuis Crèche de l’Espoir in Marrakech. Aangezien ik toevallig op vakantie ben in Marokko heb ik meteen maar de stoute schoenen aangetrokken en het kinderhuis gebeld met de vraag of ik misschien langs mocht komen. Dat mocht. Dus nu sta ik voor een houten poort nieuwsgierig te wachten op wie er open zal doen en te bedenken wat ik straks in vredesnaam moet zeggen. ‘Hallo, ik ben een verwende Europeaan van Marokkaanse origine en kom even de ramptoerist uithangen. Waar liggen de zielige kindertjes?’

De deur wordt geopend door een vriendelijke dame die me naar het kantoor leidt van de directrice, mevrouw Kabaj. In de uren die volgen, zal ik haar leren kennen als een krachtige vrouw, ze spreekt kordaat en met een schat aan kennis en ervaring. Ze vertelt me over de oprichting van het kinderhuis ruim twintig jaar geleden en de ontwikkeling die het sindsdien heeft doorgemaakt. De opvang richtte zich aanvankelijk op gezonde baby’s die te vondeling waren gelegd maar al snel kwamen daar ook gehandicapte kinderen bij. Soms worden die eveneens te vondeling gelegd, maar er is ook een groep kinderen van wie de ouders aankloppen bij het kinderhuis omdat ze de gespecialiseerde zorg niet kunnen opbrengen. Kabaj vertelt hoe je twintig jaar geleden het woord ‘gehandicapt’ niet kon uitspreken, zo groot was het taboe dat erop rustte. Inmiddels is dat veranderd en raken mensen bekend met termen als ‘autisme’ en ‘verstandelijke beperking’.

Wat heden ten dage een groter probleem vormt, is het gebrek aan financiële middelen. ‘Jullie hebben in Europa overal potjes voor, ouders hoeven niet in hun eentje een dure operatie te betalen. Of een rolstoel. Of gespecialiseerd onderwijs. Of therapie. De zorg voor gehandicapte kinderen gaat gepaard met een lange lijst ingrepen, hulpmiddelen of gespecialiseerde zorg. Dat kunnen ouders in Marokko zich niet veroorloven’. Reden voor Kabaj om een aparte afdeling op te richten ter ondersteuning van ouders met de zorg voor gehandicapte kinderen.

Geen column is lang genoeg om recht te doen aan het verhaal van Crèche de l’Espoir. Welk stuk moet ik vertellen en welk deel moet ik achterwege laten? Zal ik het meervoudig gehandicapte meisje noemen dat veertien jaar in het kinderhuis heeft gewoond, nadat zij was gevonden op een treinspoor, achtergelaten door haar ouders om overreden te worden? Zal ik vertellen hoe Kabaj geen enkele moeite heeft om de gezonde baby’s ‘aan de man te brengen’ maar dat niemand de gehandicapte kinderen wil adopteren? Of zal ik ingaan op de onmogelijke positie waarin zwangere meisjes in Marokko verkeren waardoor ze besluiten hun baby achter te laten, wetende dat ze nooit meer op die beslissing kunnen terugkomen en dat het kind later geen kans heeft zijn biologische moeder op te sporen? Dankzij een wetswijziging in 2004 mogen meisjes tegenwoordig al blij zijn met de mogelijkheid veilig in een ziekenhuis te bevallen en hun baby in een warm bed achter te laten. Voor die tijd liepen ze in het ziekenhuis het risico te worden gearresteerd wegens seks voor het huwelijk.

Mijn band met Marokko is dubbel: enerzijds hou ik van dat land alsof het mijn naaste familie is en voel me er tot in mijn diepste kern mee verbonden. Als ik er te lang niet ben geweest, word ik ongelukkig. Tegelijkertijd erger ik me aan de lange paleismuren van de Marokkaanse koning terwijl zoveel mensen in slechte omstandigheden leven en dank ik god op mijn blote knietjes dat het mijn moeder gelukt is naar Nederland te komen. Meer dan eens heb ik te horen gekregen hoe ‘knap’ het is wat ik heb ‘bereikt’. Dat is vriendelijk bedoeld, maar ik vraag me af wát nu precies datgene is wat ik bereikt heb. Op de babykamer van Crèche de l’Espoir zag ik kindjes wier gezicht niet veel verschilde van het mijne op mijn eigen jeugdfoto’s. Het belangrijkste wat ik, dankzij mijn moeder, heb ‘bereikt’, is geboren worden in Nederland. Al het andere is het simpel oprapen geweest van de mogelijkheden waarover ik over mocht struikelen.

Hayat is advocaat en schrijft (onder pseudoniem) iedere twee weken een column in het Volkskrant Magazine over het leven in Nederland met een Marokkaanse achtergrond. 

Oproep: Lotje&co komt graag in contact met ouders van zorgintensieve kinderen met een migratie achtergrond: hoe kunnen we jullie draagkracht vergroten? Stuur een email aan redactie@lotjeenco.nl 

Lees ook dat een leven in Nederland niet altijd de garantie geeft dat alles over rozen gaat.

Dat er grote verschillen zijn in culturen en landen blijkt ook maar weer als we andere ouders horen. Die verhalen dwingen respect af en doen ons beseffen hoe we zelf in onze situatie overeind blijven. Verhalen delen is wat Lotje&co doet, dat biedt herkenning en verkenning. Word dus lid en steun stichting Lotje&co.

https://www.lotjeenco.nl/lid-worden

Geef een reactie

site De Heren Van

Pin It on Pinterest