editie 26

spiegelei

4 april 2017

Haar dochter kampt met een ontwikkelingsstoornis en autisme en haar zoon heeft een spierziekte. Anneke Doornbos pakte de pen op om haar verdriet te verwerken en schreef gedichten en verhalen. En dat leidde tot iets heel moois.

TEKST Beatrijs Bonarius

In Lotje&co editie 26 vertelt Anneke Doornbos dat het schrijven haar ook hielp om juist de mooie dingen te signaleren in haar leven en de ontwikkeling van haar kinderen. De korte verhalen en gedichten over alledaagse gebeurtenissen, worden nu gebundeld tot een echt boek. In mei, rond Moederdag, verschijnt Nest met Spiegelei.

Anneke: ‘Door mijn kinderen ben ik in een andere wereld gekomen. Een wereld van zorg en dingen die anders

gaan. Mijn dochter werd te vroeg geboren, later bleek ze een groei- en een ontwikkelingsstoornis te hebben. Op zesjarige leeftijd werd autisme gediagnosticeerd. Mijn zoon die een jaar later werd geboren, had een spierzwakte. Later bleek hij een onbekende spierziekte te hebben. Toen mijn kinderen een jaar of tien waren, ben ik gaan schrijven. Ik had zoveel herinneringen aan alle situaties die anders waren gegaan dan ik verwacht had. Ik merkte dat het schrijven mij hielp om het verdriet om de kinderen te verwerken. Het was mijn uitlaadklep.’

‘Ik wilde laten zien hoe het was om een kind te hebben waarbij niets vanzelfsprekend was. Groeien, lopen, zitten, praten, fietsen, lezen… om een paar dingen te noemen. Anderen hebben geen idee waar je als ouder van een kind dat anders is, mee worstelt. Je wilt ook niet steeds klagen over je kind. Je bent er blij mee, maar er zijn altijd ambivalente gevoelens. Dat is te ingewikkeld om in een gewoon gesprekje met andere mensen over te beginnen. Daarom schreef ik het maar op. Zo kon ik mijn gevoelens toch uiten. In eerste instantie voor mezelf. Later om te laten zien wat je met je kind meemaakt. En als je schrijft, kun je je in alle rust concentreren op dat wat je bezighoudt. Je denkt na en je verwerkt tegelijkertijd je verdriet. Maar je legt ook de mooie momenten vast om te laten zien hoe bijzonder je kind is.’

‘Toen ik af en toe een verhaaltje over mijn dochter in de schoolkrant plaatste, kreeg ik veel reacties. Het sprak mensen aan. Het gaf me een goed gevoel te merken dat je niet de enige bent die een kind heeft met beperkingen. Dat je er niet alleen voor staat. Maar ook vond ik het fijn te merken dat mijn manier van schrijven andere mensen aansprak. Het is niet alleen kommer er kwel, ook grappige dingen zijn vastgelegd. Want aan humor ontbreekt het niet bij mijn dochter. Je maakt altijd wel weer bijzondere situaties met haar mee.’

‘Mijn zoon heeft het vooral in de puberteit erg moeilijk gehad met zijn aandoening. Gaandeweg merkte ik dat mijn pijn, zijn pijn werd. Ik heb hem op een gegeven moment niet meer willen belasten met mijn verdriet om zijn beperkingen. Ik heb mijn gevoel naar de achtergrond geschoven om hem de ruimte te kunnen geven. Zodat hij zelf een manier kon ontdekken om te leven met zijn handicap. Hij is opgegroeid tot een prachtige, zelfstandige jongeman. Hij studeert en woont samen. Zijn vriendin en hij gaan samen met de beperkingen om.’

‘Mijn dochter kan ik niet zo loslaten als mijn zoon. Helemaal zelfstandig zal zij niet worden. Ik kan haar wel anders vasthouden, maar niet helemaal loslaten. Momenteel woont zij al vijf jaar zelfstandig met begeleiding. Het gaat goed met haar. Ze leert veel. Ook door het leven zelf.
Ik merk dat ik een andere rol in haar leven ga spelen. Ze komt bijvoorbeeld steeds minder vaak bij mij logeren of op bezoek. Ze heeft een eigen, drukbezet leven.’

‘De verhaaltjes en gedichten over haar heb ik gebundeld in een boek. Er zit in het boek een lijn van verwerking. Eerst veel onmacht en verdriet, later tonen de verhaaltjes de typische eigenaardigheden van mijn dochter. Alles wat ze leert en hoe ze zich ontwikkelt, haar humor, en eigenheid komen steeds meer naar voren. Schrijven heeft mij geleerd om uiteindelijk mijn trots uit te drukken. Gaandeweg, toen ik de verhaaltjes naast elkaar legde voor mijn boek, zag ik haar ontwikkelingen. Misschien een andere dan die van een “gewoon” kind maar wel van mijn kind. Hoever ze is gekomen. Natuurlijk heeft ze een basis van thuis meegekregen, maar nu moet ze op eigen kracht verder.

Met hulp van anderen. Ik sta niet meer naast haar, maar altijd achter haar. Ik ben trots op mijn dochter. En natuurlijk op mijn boek.’

Ook moeder Bapke schreef een boek: nooit meer eten door een slangetje

Geef een reactie

site De Heren Van