VOOR JOU

deze verpleegkundige schreef een boek over haar mooie vak

verpleegkundige
18 juli 2018

Toen mijn oma door een hersentumor in het ziekenhuis belandde en binnen een paar weken overleed, zat ik bijna dagelijks aan haar bed. Ik was zestien, en ergerde me aan de manier waarop iedereen daar met haar omging. Hoe ze haar naam verkeerd uitspraken, of kinderachtig tegen haar praatten. Wisten ze niet dat dat sneue hoopje mens een paar weken terug nog mijn mooie, chique vijfenzestigjarige oma was? Ik bekeek het personeel met een rouwende blik, zie ik nu in. Ze konden niets goed doen, terwijl ze dat natuurlijk juist wel deden.


TEKST Elise van der Velde

Pas toen ik zelf in het ziekenhuis belandde vanwege een spoedkeizersnede, zag ik in hoe belangrijk de mannen en vrouwen zijn die het klokje rond aan je bed verschijnen. Het verplegend personeel. En wat ze allemaal doen zonder te mopperen. Jouw bloed opvegen. Je onderbroek ophijsen. Je geruststellen als je midden in de nacht op het belletje drukt. ‘Meid, als je buik níet bont en blauw zou zijn, dát zou pas raar zijn!’ Ongevraagd een fotootje van je couveusebaby maken en op je nachtkastje zetten als je daar net behoefte aan hebt. De dingen die ze horen te doen, plus alles wat ze daarnaast nog voor je betekenen.

Daarom was ik geraakt door een mooi interview in FD Persoonlijk dat op onze redactie rondwaarde. Christie Watson, een Engelse verpleegkundige bekeek met een frisse blik het vak dat ze al twintig jaar uitvoert, en schreef er een boek over: Met hoofd en hart, Liefdevolle ervaringen van een verpleegkundige.

een groep verstandelijk gehandicapten

In het interview vertelt Watson hoe ze zelf tot het vak van verpleegkundige werd getrokken, als opstandige puber: ‘In het boek beschrijf ik hoe mijn moeder, toen ik vijftien was, een groep met verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen mee naar huis nam. Ze liep stage op een woongroep. Ik bad dat er geen vriendinnen langskwamen, ik verging van schaamte. Maar het werd een geweldige avond, waarin ik vooral afrekende met mijn eigen vooroordelen.’

wat zou u doen als het uw kind was?

Watson kijkt ook kritisch naar het medisch personeel: ‘De neiging, zeker bij artsen, is vragen te beantwoorden vanuit medisch perspectief. We kunnen dit voor u doen, en dat, dan zijn de risico’s zus en de bijwerkingen zo. Maar de belangrijkste vraag die je als patiënt moet kunnen stellen is: “Dokter, wat zou u doen als dit uw kind was?” Of uw moeder, uw partner. Dat antwoord zegt namelijk iets over de afweging van al die mogelijkheden. Ik vind dat mensen recht hebben op een eerlijk antwoord.’

compassie, luisteren, een hand vasthouden

De verpleegkundige, zo schrijft ze in Met hoofd en hart, vult de leegte tussen de kundigheid van de arts en de angst en hulpeloosheid van de patiënt. Daarom vind ze de compassie, het luisteren, het vasthouden van een hand, van onderschatte waarde: ‘Want we kunnen niet iedereen beter maken en niet alle pijn wegnemen. Maar we kunnen er wel voor iemand zijn die het moeilijk heeft. Wat voor een dokter of verpleegkundige een werkdag is, is voor patiënten een buitengewone dag in een ontwrichtende periode in hun bestaan.’

Zelf kom ik met mijn spastische zoon – inderdaad, die van de spoedkeizersnee – gelukkig vrijwel nooit in ziekenhuizen. Maar ouders die wel op regelmatige basis te maken hebben met ziekenhuisopnames, gun ik duizend verpleegkundigen met zo ontzettend veel liefde voor het vak als deze vrouw.

Lees hier het hele interview met Christie Watson, door Brenda van Osch, in FD Persoonlijk.
Of natuurlijk het boek: Met hoofd en hart, Liefdevolle ervaringen van een verpleegkundige, HarperCollins, € 20

Lees ook: hoe een terminaal zieke puber het ziekenhuis een lesje gaf 

Lotje&co zet zich elke dag in voor een groep die het wat ons betreft meer dan verdient: gezinnen met een zorgintensief kind. Word je ook lid?

https://www.lotjeenco.nl/lid-worden

Geef een reactie

site De Heren Van

Pin It on Pinterest